Introductie  Bloemen    Tuinen    Bijen    Vissen  Fotograferen Computer   Fryslân  Drenthe  Diversen
 Foto's  Drachten Gastenboek              

 Bloemen

A B C D E F G H I J K L M N O P R S T U V W X IJ Z

Dahlia's

De moderne Dahlia's, die door hun sterk variërende vormen en kleuren uitstekend geschikt zijn als tuin- en snijbloemen.

Ze worden in twee groepen verdeeld nl. als perkplant en als snijbloem.

De perkdahlia's noemt men vaak Mignon.

De snijdahlia's zijn te verdelen in diverse groepen afhankelijk van hun vorm.



Collorrette of Halskraag.
Hoogte 80-125 cm. en met een enkele krans van platte lintbloemen, daarbinnen een krans of kraag van kleinere bloemen met een hart.

Decoratieve Dahlia's:
Volledig gevulde bloemen zonder hart, brede platte lintbloemen, licht gebogen met en stompe punt.

Pompon Dahlia's:
Gevulde bloeiwijze ,lintbloemen, kokervormig opgerold met stompe of ronde uiteinden, in spiralen gerangschikt.



Cactus en semi-cactus dahlia's,

De bloemen zijn volledig gevuld, met min of meer opgerolde, puntige lintbloemen, bij de semi cactus zijn ze breder en over de helft of minder van de lengte opgerold.

De vermeerdering kan plaats vinden door het scheuren van de oude knollen, stekken en zaaien.

Bij het scheuren dient men er rekening me te houden, dat de ogen(uitlopers) niet op de knollen zitten maar op de halskraag, het gemakkelijkste is om pas te gaan scheren als er al wat uitlopers zijn te zien, een scheut per stuk is voldoende, deze moet later wel worden getopt. Stekken doet men, door scheuten van ongeveer 5cm. van de plant te nemen, met een hieltje ( klein stukje van de hals).De stekken moeten later worden getopt.

De perkdahlia's worden meestal vermeerderd door zaaien.

Plantafstand 50x60 cm. steunen met een flinke stok.Oorwormen zijn te bestrijden door potten met vochtig hooi of gras tussen de planten te hangen, deze dienen iedere morgen te worden ververst en de inhoud vernietigd. Ook slakken kunnen schade aanrichten.

Om mooie grote bloemen op lange stelen te krijgen, kan men de Dahlia's pluizen, en alle zij knoppen verwijderen.

________________________________________________________________________________________

Chrysanthen

 

De Chrysanten zijn een enorm grote plantenfamilie, met veel vaste planten en snijbloemen, hier zullen we ons beperken tot de eenjarige snijbloemen.

Deze vallen uiteen in drie groepen, n.l. de gewone tros chrysanten met meerdere bloemen op een steel, ook wel tros genoemd, de geplozen soorten, met een bloem per steel en de z.g. jaarrond chrysanthen, die doormiddel van belichte en verduisteren in bloei worden gebracht.

Chrysanten zijn erg lichtgevoelig en gaan pas knoppen vormen als de dagen korter zijn dan de nachten. Alle drie soorten worden door stekken vermeerderd, de jaarrond chrysanten zijn door stek afkomstig uit zuidelijke landen.

De gewone tros en de geplozen soorten worden meestal begin mei uitgeplant op een afstand van 25x25 cm vaak gebruikt men hiervoor het speciale C. gaas als steunmateriaal, dat afhankelijk van de lengtegroei omhoog moet worden gebracht.

Begin juni moeten de planten worden getopt, na het uitlopen laat men drie scheuten per plant staan.

Bij de geplozen soorten worden alle zijscheuten weggehaald zodat alleen de hoofdknop overblijft, zodra deze begint te kleuren moeten ze worden ingehoesd in cellofaan zakjes, om ze te beschermen tegen slecht weer. De rode soorten, moeten in perkament worden verpakt, ze kunnen niet tegen felle zon. Denk er aan om voor het inhoezen nog een bestrijding uit te voeren tegen luis en spint.

De jaarrond Chrysanten is een kasproduct en niet geschikt voor hobby tuinders.Hierbij plant men ongeveer vijftig planten per m2, ze worden ook niet getopt.

Als de dag langer is als de nacht, worden ze na het bereiken van een hoogte van ongever 35 cm. verduisterd van 16.30 tot 7.30 uur tot de bloemknopen zich hebben gevormd.

In het winter halfjaar worden ze belicht met gewone gloeilampen, ongeveer 15 W. per m2.

Zowel het verduisteren en het belichten wordt volautomatisch met de PC geregeld.

_______________________________________________________________________________

Gladiolen

Gladiolen, ook wel Zwaardlelie genoemd, zijn dankbare veel kleurige bloemen zowel geschikt als snijbloem en als tuinplant.Het aantal kleuren is vrijwel onbeperkt.

De knollen kunnen worden geplant vanaf half april, op een afstand van ongeveer 15x15 cm.

Gladiolen groeien op alle normale tuingronden, strooi als bemesting wat 12-10-18

Zelf plant ik ze altijd in z.g. chrysanten gaas, dat heeft vierkante mazen van 12,5x12,5 cm. een knol per maas, steunen met een paar stokken en afhankelijk van de groei het gaas optrekken.

Gladiolen moeten worden geoogst, zodra de onderste bloemen beginnen te kleuren, het verdient aanbeveling om er boven een stukje af te snijden.

Men kan een tijdje na de oogst de oude knollen oprooien en volgend jaar weer gebruiken, in verband met de zeer ziekte gevoeligheid is dat niet aan te bevelen.

Blijf, in dien mogelijk uit de buurt van uw bonen, zij dragen dezelfde virusziekten als de gladiolen.

Door ze wat verspreid over het seizoen te planten, kunt u de bloei behoorlijk spreiden.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lathyrus of Pronkerwt.

Een geslacht met 130 div.soorten meestal niet winterharde planten. Hier zullen we ons beperken tot de eenjarige snij soorten.

De Latyrus odoratus heeft nog weer diverse variëteiten.

Het zijn echte klimmers, die van een diep losgemaakte grond houden en een bemesting met oude stalmest in de tweede steek

Ze kunnen worden gezaaid vanaf half februari, bij voorkeur in kistjes, zodra ze opkomen op en koude plaats zetten, ze zijn heel goed bestand tegen de vorst.

Zodra de plantjes 5 cm. groot zijn, uitplanten bij rijs of gaas van twee meter hoogte, op een onderlinge afstand van 15 cm. aan beide kanten van het gaas/rijs.Zodra de groei is hervat, de koppen er uit nemen.

Tijdens de groei steunen met touw en zo nu en dan een keer bijmesten met mengmest 12-10-18.

Het kweken van Lathyrus van bijzondere kwaliteit met lange stelen en veel bloemen per steel, vraagt en heel andere aanpak. Zet dan een plant bij een lange stok op een afstand van 25/30 cm.als na het toppen de planten uitlopen, alle uitlopers op een na verwijderen.De planten wekelijks aan de stokken binden, alle zijscheutjes weg nemen en ook de ranken. Als het gewas te hoog word, alle bindingen los maken en het gewas laten zakken.

Lathyrus zijn gevoelig voor de erwten bladrand kever, daarom voor het planten een bestrijdingsmiddel door de grond werken, ook slakken zijn dol op de planten en muizen tijdens het opkomen.

De bloemen moeten minimaal, ieder week worden geoogst, anders gaat zich zaad vormen en is het gauw gebeurd met de oogst

Zet ze op weinig water, het water klimt omhoog bij de harige stelen en doet de bloemen verroten.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Lavatera

Een geslacht met vijfentwintig verschillende soorten, eenjarige, overblijvende en winterharde. Hier wordt alleen de eenjarige als snijbloem geschikte Lavetera trimenstris behandeld.

Er zijn twee hoofdkleuren, wit en rosé.

Men kan ze zaaien in kistjes in de warmte rond half maart, later in april buiten ter plaatse zaaien kan ook.Plantafstand ongeveer 40x40 cm.het gewas steunen met een paar  touwen, steungaas is minder geschikt de vertakte planten zijn dan moeilijk te oogsten.

Soms vallen de planten, door onbekende oorzaak weg.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Camellia

Een geslacht met ruim tachtig, doorgaans winterharde planten, die zowel in potten als in de volle grond kunnen worden gekweekt.

Camelia's zijn in trek om hum grote variatie in kleuren, vormen en hun bloei in het vroege voorjaar.

Ze worden meestal vermeerderd door stekken, hiertoe neemt men tussen juni en augustus, stekken van ongeveer 7 cm. van half afgerijpte scheuten.Snoeien is niet nodig.

Dianthus-Anjer.

Een geslacht met 300 soorten, een jarigen, tweejarige en overblijvende soorten.

Een heel oude bekende is de Duizendschoon, een tweejarige, die zowel als perkplant en als snijbloem wordt gebruikt.

Kan buiten worden gezaaid in mei-julie. na opkomst verspenen en in de herfst ter plaatse zetten op 25x25 cm.

Groeit op vrijwel iedere redelijke tuingrond.

Helaas zeer gevoelig voor roest.

De rode vormige anjers, zijn meestal vaste planten, die men kan zaaien of vermeerderen door scheuren.

De snij anjers, zijn te verdelen in de klein bloemige trosanjers en de grootbloemige Amerikaanse anjers.

Beiden zijn in ons land eigenlijk alleen maar in kassen te kweken, de grootbloemige anjers moeten worden geplozen,(alle zijknoppen wegnemen).

Ze worden vermeerderd door middel van scheutstek

Anjers vragen een zeer vruchtbare vochtige grond, kunnen slecht tegen hoge temperaturen en vereisen veel licht.

Zijn vatbaar voor roest, trips en bladluizen, zeer gevoelig voor meerdere bodem/wortelziekten.

Campanula

De Campanula familie omvat ongeveer drie honderd soorten winterharde en niet winterharde eenjarige, tweejarige en kruidachtige overblijvende planten en half heesters.

Campanula medium, ook wel het Mariëtteklokje genoemd, is een dankbare zeer goed bruikbare tweejarige snijbloem,  met rosé , witte en blauwe bloemen.

Hoogte ongeveer 70 cm.

Zaaien half mei, daarna verspenen en in Aug. op de plaats zetten.

Tagetes

Tagetes, ook wel bekend onder de naam Afrikanen, Tulitanen en Tuunkanen, een geslacht met  vijftig soorten eenjarige en overblijvende soorten.

Veel gebruikt als perk, border en balkonplant.

De kleuren variëren van geel, bruin, oranje en rood, de hoogte loopt uiteen van 25 tot 75 Cm.

Zaaitijd ongeveer half maart in en matig verwarmde ruimte (18°C) het vrij grove zaad licht onder werken.

Zodra de plantjes ongeveer 2 Cm. groot zijn, kunnen ze worden verspeend in kleine bloempotten of perspotjes.

Bij een zeer goede opkomst, kunt u zonder bezwaar twee of drie planten in een potje zetten.

Tagetes, zijn zeer gevoelig voor nachtvorsten, dus niet eerder uitplanten dan half mei.

Slakken moeten goed worden bestreden.

Begonia

Een groot geslacht met ongeveer 1500 soorten niet winterharde, eenjarige of overblijvende planten, in het algemeen groen blijvende planten, gekweekt om de bloemen of de mooie bladkleuren.

Hier zullen we ons beperken tot en paar voor de tuin belangrijke, bekende soorten.

Een van de meest bekende is wel de knolbegonia, vaak ten onrechte bolbegonia genoemd.

Hiervan zijn er ook weer diverse soorten, rassen en variëteiten, met talrijke kleuren en bloemgrote.

De Begonia x tuberhybriden, kan worden gezaaid of vermeerderd door knollen of stekken.

Zaaien is eigenlijk geen doen voor particulieren, ze moeten worden gezaaid half december, bij een temperatuur  22°C.

Zaaien in kistjes met goede zaaigrond, het zaaisel moet niet worden onder gedekt, alleen maar afbroezen met een bloemen spuit, kistjes afdekken met een glasplaat, welke ieder dag moet worden omgedraaid, om te voorkomen dat de condensdruppels  op de jonge planten vallen.

Na opkomst heel voorzichtig een beetje luchten.

Zodra de plantjes twee/drie mm. groot zijn verspenen, met behulp van twee stokjes, de ene met een puntje en de andere met een klein aangesneden gaffeltje.

Met het gaffeltje worden de planten uit het zaaibedje gelicht en vervolgens in een klein gaatje geplaatst, alles met de uiterste voorzichtigheid, om beschadiging te voorkomen, men verspeend ongeveer drie honderd in een normaal bloemen kistje.

Na enige weken kunnen ze worden opgepot in 10cm. potten, om ze vervolgens na het afharden( langzaam wennen aan de buiten temperatuur), half mei in de tuin te worden gezet.

In de zomer vormen zich kleine knollen, die kunnen worden bewaard in droog turfstrooisel.

Als de knollen het derde jaar een flinke grote hebben bereikt kan men ze in het voorjaar in meerder stukken snijden.

De scheuten, laten zich vrij gemakkelijk stekken, hiervoor korte sterke scheuten nemen en stekken met een hieltje (stukje van de knol) ook weer bij flinke warmte.

Een ander belangrijke groep zijn Begonia semperflorens, eenjarige tuinplanten met veel kleine bloemen in rood, rosé en wit, met diverse bladkleuren en soms dubbele bloemen.

Bloeit uitbundig is sterk tegen alle weersomstandigheden.

Wordt vermeerderd doormidden van zaaien, overeenkomend met de knolbegonia's.

Impatiëns (Vlijtige Liesje)

Een geslacht met ongeveer, 70 soorten winterharde, en niet-winterharde planten.

De kunnen zowel als kamerplant en als tuinplant worden gebruikt.

De planten die gewoonlijk als tuinplant worden verkocht, zijn hybriden van I.holstii en I.sultani.

E zijn tal van kleuren en bloemvormen, hoogte variërend van 20 tot 50 Cm.

Ze worden gezaaid in febr./maart.

Na opkomst verspenen in bloem of perspotten bij een matige temperatuur.

Na het afharden, half mei uitplanten in de tuin.

Ze houden van vochtige grond.