Computer   Fryslân Introductie  Bloemen    Tuinen    Bijen    Vissen
     Foto's  Drachten Gastenboek  Ubels Story  

Onze volkstuin, na een flinke sproeibeurt.                               Diverse planten in perspotjes.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

  Klik op een letter, om een artikel beginnende met deze letter te kunnen vinden .  

Let op! er staan meerdere artikels onder de zelfde letter, dus even scrollen                                              

Zaaikalender

TUIN-HOBBY-HELP-INFORMATIE.

Samenstelling en ontwerp:J.S.Ubels. Zwemmer 117 9204 Drachten. Tel:05125 17474

Gewas

Zaaitijd:

Planttijd:

Oogsttijd:

Zaai/Pl.anfst.

Planten

Zaadbehoefte

Bijzonderheden:

per 10M2:

per 10 M:

Aardappelen vr.

Mrt/April.

Juni/juli.

50x50 cm.

40

1Kg.

Maat: 28/35 mm.

Aardappelen laat.

April.

Sept/Oct.

50x50 cm.

40

2 Kg.

Maat:35/45 mm.

Aardbei vroeg.

Begin Aug.

Juni.

90x30 cm.

45

Gekeurde planten!

Aardbei normaal.

Begin Aug.

Jun/Juli.

90x30 cm.

45

Gekeurde planten!

Aardbei doordr.

Mrt/Apr.

Juli/Oct.

90x55 cm.

20

Tot eind mei bloemen verwijderen.

Andijvie vroeg.

Mrt.

Begin Apr.

Juni.

25x25 cm.

160

0,3 gram

Warm opkw. in perspot.

Andijvie zomer.

Apr/Mei.

Mei/Juni.

Jul./Aug.

30x25 cm.

125

0,25 gram.

Onder glas opkweken.

Andijvie herfst.

Juni/Juli.

Juli/Sept.

Sept/Oct.

30x30 cm.

100

0,2 gram.

Augurk.

Half mei.

Eind mei.

Jul./Sept.

250x40 cm.

20

7 gr.

2 Planten per pol.

Bleekseldrie

April.

Juni.

Sept.

30x30 cm.

110

0,15 gram.

Planten opkweken onder glas.

Bloemkool vroeg.

Eind Sept.

Maart.

Juni.

60x60 cm.

28

0,3 gram.

Vorstvrij overwinteren.

Bloemkool

Febr/Mrt.

April.

Juni/Juli.

60x60 cm.

28

0,3 gram.

Onder glas zaaien.

Bloemkool herfst.

Mei/Juni.

Juni/Juli.

Aug/Sept.

60x60 cm.

28

0,3 gram.

Zaaien op zaaibed.

Boerenkool.

Juni/Juli.

Juli.

Oct./Dec.

65x50 cm.

31

0,3 gram.

Boon stamsla vroeg.

Begin Mei.

Half mei.

Jul/Aug.

50x50 cm.

40

50 gram.

3 Pl. per pol. (nachtvorst risico!)

Boon stamsla zomer.

Mei/Juni.

Juni.

Aug./Sept.

50x50 cm.

40

50 gram.

3 Pl. per pol.

Boon stamsla herfst.

Juni/Juli.

Juli.

Oct.

50x50 cm.

40

50 gram.

3 Pl. per pol.(nachtvorstrisico!)

Stokslaboon.

Mei/Juni.

Mei/Juni.

Aug./Sept.

80x50 cm.

80

40 gram.

3 Pl. per stok.

Snijbonen(veense)

Mei.

Mei/Juni.

Juli/aug.

100x80 cm.

110

50 gram.

3 Pl. per stok.

Snijbonen(pronkers)

Mei.

Mei/Juni.

Juli/Oct.

100x80 cm.

110

50 gram.

3 Pl per stok.

Broccoli

Mrt/Juni.

Mrt/Juli.

Juni/Nov.

45x45 cm.

50

0,4 gram.

Zaaien op zaaibed.

Chinese Kool

Mrt/Juli.

Mrt/Aug.

Mei/Nov.

50x40 cm.

50

0,2 gram.

Voor vroeg warm zaaien.

Rapen

Mrt/Aug.

Juni.

Mei/Nov.

50x30 cm.

75

1,5 gram.

Stoppelknol. Breedwerpig zaaien.

Cougette

Apr/Mei.

Mei/Juni.

Juni/Oct.

90x90 cm.

12

3 gram.

Warm zaaien.

Doperwt.

Febr./Mrt.

Mrt./Apr.

Juni./Juli.

140x10 cm.

300

80 gram.

Telen bij gaas/rijs.

Groenlof.

Apr./Juli.

Mei./Juli.

Juli./Nov.

30x35 cm.

95

0,5 gram.

Warm opkweken.

Knolseldrij.

Mrt./April.

Mei./Juni.

Sept./Oct.

50x45 cm.

45

0,05 gram.

Bij vroeg zaaien warm opkweken.

Koolrabi.

Febr./Juni.

Mrt./Aug.

Mei./Oct.

30x30 cm.

110

0,5 gram.

Zaaien bij 18" C.

Kroot/Biet.

Febr./Juli.

Apr.

Juni./Oct.

30x10 cm.

450

0,10 gram.

Bij vroeg zaaien kans op doorschieten.

Peterselie.

Mrt/Juni.

Mei.

Mei./Oct.

25x5 cm.

800

10 gram.

Zaaien op rijen, niet uitdunnen.

Peulen.

Febr./Apr.

Mrt/Mei.

Mei./Juli.

125x10 cm.

240

75 gram.

3 Planten bij elkaar.

Pompoen.

Apr./Mei.

Mei./Juni.

Aug./Sept.

250x50 cm.

75

2 gram.

Nachtvorst gevoelig.

Prei.

Jan./Apr.

Apr./Juli.

Juni./Mrt.

40x15 cm.

165

1,2 gram.

Voor vroeg opkweken onder glas.

Raapstelen.

Febr./Apr.

Apr./Mei.

Rijen op 10 cm.

35 gram.

Zaad van Meiknol of Chinese kool.

Rabarber.

Nov./Jan.

Apr./Juni.

100x75 cm.

14

Geen verse stalmest voor het planten

Radijs.

Febr./Aug.

Apr./Sept.

Breedwerpig.

50 gram.

Rammenas.

Febr./Juli.

Mrt./Apr.

Juni./Nov.

25x20 cm.

200

0,7 gram.

Vanaf Juni ter plaatse zaaien.

Rode kool

Mrt./Mei

Apr./Juli.

Juni/Nov.

60x50 cm.

34

0,25gr.

Zaaien onder koud glas.

Savooie kool

Apr./Juni.

Juni./Juli.

Sept./Nov.

50x50 cm.

40

0,2gr.

Zaaien onder koud glas.

Schorseneer

April.

Juli./Oct.

Rijen 25x30

40

3,5gr.

Uitdunnen op 10 cm.

Sjalot

Mrt./Apr.

Juli.

30x10 cm.

333

Plantafstand afhankelijk van maat.

Kropsla

Febr./Aug.

Mrt/Sept.

Mei./Oct.

30x25 cm.

134

1 gr.

Bij voorkeur opkweken in 4cm. perspot.

Snijbiet

Mrt./Juli.

Mei./Oct.

25x5 cm.

800

10/12 gr.

Op rijen.

Spinazie

Febr./Sept.

Apr./Nov.

100/50 gr.

Bij vroeg zaaien het meeste zaad gebruiken.

Spitskool

Sept./Juni.

Mrt./Juli.

Juni./Oct.

50x40 cm.

50

0,25 gr.

Bij voorkeur opkweken in 4 cm. perspot.

Spruitkool

Febr./April.

Apr./Juni.

Sept./Mrt.

75x40 cm.

34

0,25 gr.

Perspot of losse planten.

Tomaat

Maart.

Mei.

Sept/Oct.

70x40 cm.

36

0,25 gr.

Warm opkweken. (Nachtvorst gevoelig !)

Tuinboon

Jan./Mrt.

Mrt./Apr.

Juni./Juli.

70x15 cm.

95

250 gr.

Vroeg onder glas zaaien/later terplaatse.

Ui

Mrt./Apr.

Mrt./Apr.

Juli./Sept.

25x10 cm.

400

10 gr.

Plantuien afhankelijk v.d. maat.

Witlof

1/2 Mei.

Oct./Nov.

30x15 cm.

222

0,25 gr.

Uitdunnen.Niet te vroeg zaaien(schieten!)

Witte kool

Febr./Mrt.

Mrt./Apr.

Sept./Nov.

75x70 cm.

20

0,1 gr.

Bij voorkeur onder glas zaaien.

Wortel(zomer)

Febr./Aug.

Juni./Nov.

30X3 cm.

1 gr.

Uitdunnen niet noodzakelijk.

Wortel (winter)

Apr./Mei

Sept./Oct.

35X7 cm.

42

0,25 gr.

Uitdunnen.

IJssla

Mrt./Juli.

Mrt./Aug.

Mei./Oct.

35x35 cm.

83

0,5 gr.

Opkweken in 4 cm. perspot.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 
Letters verwijzen naar artikelen in tuinrubriek met deze beginletter, er kunnen meer artikelen onder de zelfde letter zitten!

 Aardappelen.



Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, en droge bewaring.

Grondsoorten: Bij voorkeur klei, op zand gronden zijn echter ook goede aardappelen te telen, veen is minder geschikt.
Grondbewerking: Normaal, kleigrond voor de winter bewerken.

Bemesting: Op goed doorvoede volkstuinen geen stalmest of 12-10-18 gebruiken. Aardappelen zijn
kali liefhebbers, advies: 800 gr. Patentkali + 600 gr. Superfosfaat per 10 M2.weinig of geen stikstof,
meestal zitten er nog reserves genoeg in de grond. Stikstof geeft een grote loofontwikkeling en heeft een slechte invloed op de kwaliteit.

Soorten/rassen: Drie hoofdgroepen n.l.vroeg, middelvroeg en laat. Bekende vroege aardappelen zijn:
Eersteling, matige kwaliteit, Parel een goed ras is iets later, Doré een prima aardappel, gevoelig voor een teveel aan stikstof.
De bekendste middelvroege is de Eigenheimer, ook vaak Borger genoemd, een zeer goede aardappel doch zeer gevoelig voor aardappelziekte (phytophthora) .Late aardappelrassen zijn o.a. Irene, Rode Star,
Bildstar e.v.a. Bintje wordt veel gebruikt voor het bereiden van patatfrites en in sommige streken als
consumptieaardappel.
Planttijd: Vroege aardappelen, normaal laatste week van maart, voorgekiemd begin april.Middelvroeg en
laat half april Plantafstand: Voor de meeste rassen 50x50 cm.of 60x40 cm.

Plantgoed: Gebruik uitsluitend plantgoed wat is gekeurd door de N.A.K.( Nederlandse Algemene
Keuringsdienst) bij iedere zak is een certificaat met gegevens aanwezig, het is wettig verboden,
niet gekeurde pootaardappelen in de handel te brengen. Pootaardappelen worden geleverd op maat
(doorsneematen in mm.) een bekende maat is 28/35, hiervan gaan er ongeveer 40 op 1Kg.is voldoende
voor 10 M2.

Vervroegen: Voorkiemen en of bespannen met acryldoek geeft een vervroeging van 10 dagen.
(aardappelen zijn zeer nachtvorstgevoelig).Pas opkomende aardappelen kan men bij dreigend
nachtvorstgevaar aanaarden, zodat ze door een laagje aarde bedekt worden. Nooit schoffelen bij nachtvorst dreiging!
Bewaring: Alle koele donkere ruimten zijn geschikt, de temperatuur mag niet lager zakken als 3 gr C".
Vroegtijdig kiemen kan men voorkomen door het gebruik van anti spruitmiddelen.

Ziekten/plagen; Aardappelen zijn gevoelig voor talrijke ziekten, de meest bekende is de aardappelziekte
(Phytophthora) deze is chemisch te bestrijden door zeer intensieve bespuitingen, het is beter minder
gevoelige rassen te telen. Aardappelmoeheid wordt veroorzaakt door een aaltje, is zeer moeilijk te
bestrijden, daarom is het bij wet verboden vaker dan eens in de vier jaar aardappelen te telen op de zelfde grond.
Virusziekten tasten het blad aan en verminderen de groei, zij worden overgebracht door
bladluizen, ter voorkoming wordt in de poterteelt al vroeg het gewas doodgespoten.
Colorado kevers kunnen in zeer korte tijd het gewas kaal vreten, ze zijn te herkennen als kleine gele
kever met zwarte strepen, een bestrijding is wettig verplicht!
Er zijn twee oorzaken van het blauw worden n.l. oppervlakkig blauw direct onder de schil wordt
veroorzaakt door ruwe behandeling, daarom ook wel stootblauw genoemd. Inwendig blauw wordt
bevorderd door kaligebrek.Groen worden is een gevolg van te veel licht tijdens de bewaring.

Aardbei:

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvries, jam, compote enzv.

 Grondsoort: Alle goede humushoudende grondsoorten, mits goed ontwaterd.

 Bemesting: Oude stalmest, naar behoeft aangevuld met b.v. 500 gr. mengmest 12-10-18 per 10 M2.

 Grondbewerking: Diep losmaken, aardbeien wortelen tot ongeveer 1M. diep.

 Rassen: Vier hoofdgroepen: n.l. vroeg, middelvroeg, laat en z.g.doordragers. Tot de vroege rassen behoren: Korona, Avanta, middelvroeg: Elsanta, Induca  laat: echte late rassen zijn er vrijwel niet, doordragers:Oscara, Rapella.

Plantmateriaal: Werkelijk goed plantmateriaal is alleen verkrijgbaar bij speciale selectiebedrijven, het in de handel brengen van ongekeurd materiaal is bij de wet verboden. Als U goedgekeurde planten heeft gekocht, kunt hiervan zonder bezwaar zelf een paar jaar van verder telen. Het is aanbevelenswaardig het gewas na twee seizoenen op te ruimen.

 Planttijd: De beste planttijd licht rond 1 aug. iedere dag later geeft productieverlies, ook kan men in het voorjaar planten, U mag dan geen hoge opbrengsten verwachten. Alleen de zogenaamde door bloeiers worden meestal in het voorjaar geplant. Van deze door bloeiers worden de eerste maal dat ze bloeien alle bloemen verwijderd.

 Het planten: De beste plantafstand bedraagt: 90x35 cm. dit lijkt eerst heel ruim, maar later blijkt dit echt nodig. Bij het planten het hart van de plant boven de grond houden! Nooit geen bemesting toepassen kort voor het planten, dit kan leiden tot ernstige wortel verbranding.

 Onderhoud: Het gewas moet steeds onkruidvrij worden gehouden, alle ranken moeten regelmatig worden weggenomen. Een paar keer bijmesten met wat mengmest, (ook na de oogst)

 Vervroegen: Door het gewas na de winterrust (febr) te bedekken met glas, plastic o.i.d. treed een behoorlijke vervroeging op. Er moet veel worden gelucht, zodat de bijen kunnen zorgen voor de bevruchting. Bij schraal weer tijdens de bloei oppassen voor te lage luchtvochtigheid, indien deze te laag wordt kan het stuifmeel niet tot ontkieming komen ( dus oppassen voor tocht)!

 Gewasbescherming: Aardbeien zijn zeer gevoelig voor talrijke ziekten en plagen. Een paar van de meest bekende zijn vogelvraat, slakken, bladluizen, vruchtrot, mijten en talrijke virusziekten.Alle genoemde kwalen zijn goed te bestrijden, hetzij mechanisch (vogelnetten) chemisch (slakkendood) en of biologisch ????.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Andijvie:



Toepassings-mogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

Grondsoort: Alle goede tuingronden met een normale kalktoestand. (Ph ongeveer 6.)

G
rondbewerking: Spitten, ploegen, fraizen enzv.

Bemesting: Oude stalmest,.+ 600 gr. Patentkali. +400 gr. Superfosfaat.per 10M2. Bijmesten met
twee keer 30 gr. mengmest 12-10-18 per 10 M2.Dit 3 en 6 weken na het planten tussen het gewas strooien i.v.m. verbranding.

Rassen: No.5 is de meest gebruikte, voor de late herfst wordt wel zogenaamde winterandijvie
geteeld, maar deze is ook niet tegen vorst bestand.
Deze z.g.winterandijvie rassen zijn stugger van blad, minder mals en groeien langzamer.Incidenteel kweekt men ook wel krulandijvie deze is echter zeer rotgevoelig.

Plantmateriaal: Andijvie wordt geteeld uit zaad, in verband met zeer grote gevoeligheid voor doorschieten, is het noodzakelijk te zaaien en op te kweken onder warme omstandigheden Iedere groeistoring in de eerste drie weken kan leiden tot mislukking van de teelt, pas na half juni is het verantwoord te zaaien in de volle grond. De meest ideale situatie is, zaaien onder verwarmd glas en dan verspenen in perspotjes ook op een warme plaats, bij voorkeur op bodemverwarming.
Vanaf half juni kan men zaaien op een plantbed en dan later uitplanten of ter plaatse zaaien en na opkomst uitdunnen.

Planttijd: Van half april tot 1 september, op kleigrond minder laat.

Plantafstand:
Tot half mei 25x25 cm.later 25x30 cm.

Vervroegen:Door kassen, platglas, plastictunnels e.d. verlaten kan met de zelfde middelen door zodra het kouder wordt het gewas te bedekken. Niet wachten tot de nachtvorsten, dan raakt de groei er uit, in beide gevallen ruim luchten.

Ziekten en plagen: Aardrupsen vreten de planten af op scheiding van grond en lucht, komt vooral voor in tweede helft van het seizoen.
Bestrijden met daartoe toegestane middelen, welke meestal voor het planten door de grond moeten
worden gewerkt.
Slakken verdelgen met slakkendood. Bladluis spuiten met diverse middelen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Asperge

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten:Lichte humusarme zandgronden, met weinig ijzer.

 Grondbewerking: Diep losmaken.

 Bemesting: Uitsluitend kunstmest.

 Rassen/soorten: Asperges zijn tweehuizige planten d.w.z. dat er apparte vrouwlijke en manlijke

 planten voorkomen, uit onderzoek is gebleken dat de manlijke planten betere resultaten opleveren dan de vrouwelijke. Er worden uitsluitend manlijke hybride rassen geteeld, de bekendste zijn: Baclim, Boonlim en Limbras.

Zaai/planttijd: Asperges worden gezaaid op een zaaibed in April en uitgeplant een jaar later in April.

De  zaaddragende vrouwelijke planten verwijderen.

 Zaadbehoefte: 30 zaden voor 10 M2.

 Plantafstand: 165x30 cm.en 20 cm .diep, de eerste twee jaar mag er niet worden geoogst.

In het voorjaar van het derde jaar moeten de bekende bedden worden opgezet, de oogst loopt van

 April tot 22 Juni. Na deze datum moet er niet meer worden geoogst, om de planten de kans te geven weer op krachten te komen.

 Vervroegen: Afdekken met z.g.anticondensfolie geeft een vervroeging van twee weken.

 Ziekten en plagen: Aspergevlieg, Aspergekever en Bonenvlieg zijn bekende belagers van de teelt.ze zijn  te bestrijden met diverse middelen.Grauwe schimmel en Asperge roest zijn schimmelziekten die alleen optreden na de oogst en in de plantbedden, zijn preventief te bestrijden.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Augurk.

Gebruiksmogelijkheden: Tafelzuren.

 Grondsoorten: Augurken worden overwegend op zandgronden geteeld.

 Bemesting: Een behoorlijk gift oude stalmest, aangevuld met 600 gr. mengmest per 10 M2.halverwege het seizoen een maal bijmesten met kalksalpeter.

 Rassen/soorten: De oude rassen zijn eenhuizig, d.w.z. dat zowel vrouwelijke als manlijke bloemen voorkomen op een en de zelfde plant.Moderne rassen zijn overwegend vrouwelijk bloeiend. De hier te noemen rassen zijn resistent tegen het bitter worden der vruchten en tevens tegen: vruchtvuur ook zijn ze vrijwel onvatbaar voor het komkommermozaïek virus. Rassen met genoemd eigenschappen zijn o.a.: Meresto en Stimor

 Zaai/planttijd: Zaaien vanaf half mei ter plaatse of begin mei onder glas in potten en later uitplanten.

De plantafstand bedraagt normaal: 250x35 cm.men teelt augurken ook wel recht opgaand bij touw,dan is de plantafstand: 150x50 cm.

Vervroegen: Heeft alleen zin om de oogsttijd te verlengen, tijdelijk bedekken met glas of met tunnels beschermd het gewas tegen voorjaarskoude.

 Ziekten en plagen: De meeldauwschimmel is een gevreesde kwaal, die het blad bedekt met een wit schimmelpluis,de genoemde rassen zijn  deels resistent.Spintmijten vreten aan de onderkant van de bladeren, is alleen te bestrijden met chemische middelen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De Bemesting

                                                                                                                                           

Doelstelling:Het kweken van gezonde sterke gewassen, met een maximale opbrengst, tegen zo laag mogelijke kosten.

Middelen:Organische meststoffen zoals: Stalmest; Compost; Zuiveringsslib e.d.organische mest werkt structuur verbeterend, bevorderd het bacterieleven in de grond, bevat naast de hoofdvoeding elementen,vrijwel alle nodige sporenelementen.Nadelen zijn:Moeilijk verkrijgbaar, zeer grote verschillen in samenstelling, moeilijk verwerkbaar, veel onkruidzaden, bevatten soms ongewenste zouten en niet voor alle gewassen geschikt.Gedroogde mest, Bloedmeel, Beenderenmeel e.d.zijn ook organische meststoffen, dezemissen de structuur verbeterende werking.Tot de anorganische meststoffen behoren de z.g.Kunstmesten, zij hebben als voordelen; volop verkrijgbaar in alle mogelijke samenstellingen, relatief goedkoop, gemakkelijk verwerkbaar en toepasbaar als bijmest tijdens de teelt.Nadelen: Geen structuurverbeterende werking, missen vaak de sporenelementen, bevatten vaak schadelijke ballastzouten zoals chloor.

De voedingselementen;Stikstof, aangeduid met N (Nitrogenium) komt vooral veel voor in verse Stalmest, de bekendste in kunstmest vorm zijn: Kalkamonsalpeter, 20½ %N.vrij lang werkend, Kalksalpeter, 16 ½ %N.kort maar snel werkend, Chilisalpeter, 15½% N.+enig Borium, snelwerkend. Zwavelzure ammoniak, Ureum, Kalkstikstof e.d.zijn voor zeer speciale doeleinden.Fosfaat, aangeduid met P (Phosforus) is verkrijgbaar als Super fosfaat,20% P.en als Thomas slakkenmeel 18% P.werkt zuurgraadverhogend en bevat enig Magnesium. Kali.aangeduid met K (kalium) de bekendste is: Patentkali,26% K.+28% Magnesiumsulfaat, Kalizouten zijn sterk chloorhoudend, dus voor de meeste tuinbouwgewassen niet te gebruiken. Kalk, aangeduid met Ca (Calcium)heeft een bijzondere functie, van het aanwezige Calcium heeft de plant maar zeer weinig nodig, de hoofdfunctie is het verhogen van de zuurgaad (Ph) van de grond.De zuurgraad is zeer bepalend voor de groei, het regelt de opname van andere voedingsstoffen, als de zuurgraad niet in orde is, hebben andere bemestingen weinig of geen effect! De gewenste zuurgraad is sterk gewasafhankelijk, voor volkstuinen is een Ph van 6 voor de meeste gewassen aanvaardbaar, alleen voor spinazie is nog iets hoger gewenst. De neutrale Ph van 7 mag niet overschreden worden!. Sporenelementen bestaan uit zeer kleine hoeveelheden van; IJzer, Koper, Zink, Lood,Mangaan, Magnesium, Zwavel, Borium enzv.Tekorten van deze stoffen veroorzaken vaak miskleur en vervormingen van plantendelen, vooral de bladeren. Bij het regelmatig gebruik van organische mest komt een gebrek aan deze elementen weinig voor, ook bevatten sommige kunstmestsoorten sporenelementen.Samengestelde meststoffen bevatten een aantal elementen in een bepaalde verhouding,een van de bekendste is 12-10-18- de cijfers staan altijd in de volgorde N=Stikstofpercentage, P=Phosfaat percentage, K=Kalipercentage, soms is ook nog Magnesium toegevoegd aangeduid met Mg.Let er bij aankoop op dat U de chloorarme samenstelling krijgt!

 Toepassingen: Stikstof (N) is belangrijk voor de bladgroenvorming,dus vooral voor bladgewassen als spinazie, kool, prei, e.d. Phosfaat (P) is vooral nodig voor zaadgewassen zoals bonen, peulen e.d.Kali (K) voor wortelgewassen zoals peen, witlof, schorseneren enzv.

 Advisering:Een goed bemestingsadvies is alleen te geven op basis van chemisch grondonderzoek, dit wordt gedaan door de Bedrijfslaboratoria in Oosterbeek en Naaldwijk, in iedere regio zijn monsternemers aanwezig.De kosten bedragen ongeveer € 45.-.-deze worden meestal snel terugverdiend, het voorkomt verkeerd en onnodig bemesten en de opbrengsten zijn beter. Een keer monsteren in de drie jaar is voldoende.Onderzoek op de zuurgraad (Ph) kan U vaak wel laten doen bij een modern glastuinbouwbedrijf,de kosten bedragen maar zeer weinig

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Gewasbescherming

.Dierlijke aantastingen:Bladluizen, Spint, Thrips, Vliegen, Motten,Vlinders, Kevers, Mijten, Wantsen, Wespen, Slakken, ,Mollen, Ratten, Muizen,Hazen, Konijnen enzv.

Bestrijding/voorkoming:Tegen vrijwel alle plagen is wel een chemisch middel in de handel, een groot bezwaar is dat ze meestal giftige stoffen bevatten die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens, dier en het milieu.Bij een deskundig gebruik, met inachtneming van de wettige voorschriften zijn genoemde bezwaren meestal wel aanvaardbaar. Een alternatief is het gebruik van biologische middelen zoals: Brandnetelsap of het planten van Tagetes tussen de gewassen enzv. Ook vruchtwisseling helpt aantastingen onderdrukken. Hazen, Konijnen, Vogels e.d.zijn te keren met gaas en/of tuinnetten, Mollen, Ratten en Muizen kan men wegvangen.

 Plantaardige aantastingen:Deze bestaan meestal uit  zwamziekten zoals:,Vele soorten Meeldauw, Wortelrot,

Vruchtrot, Knolvoet, Schurft enzv.

Bestrijding/voorkoming:Het bestrijden met chemische middelen stuit op de zelfde bezwaren als genoemd bij dierlijke aantastingen. Het vraagt veel technische kennis en moet zeer intensief gebeuren, bovendien is het erg kostbaar. Van talrijke gewassen bestaan rassen welke niet gevoelig zijn (resistent) voor bepaalde schimmels zoals:Meeldauwvrije spinazie en kropsla, bladvlekkenvrije tomaten, aardappelmoeheid resistente aardappelen e..d. Komkommers en tomaten kunnen worden geënt op ziektebestendige onderstammen .Het aanhouden va ruime zaai/plantafstanden zodat de gewassen tijdig kunnen opdrogen is een belangrijkmiddel, ook is een juiste bemesting een manier om sterke gewassen te telen.Voor gewassen onder glas kan door men door royaal luchten veel narigheid voorkomen.

Aaltjes; Zijn zeer kleine aalvormige dieren, die in zeer grote aantallen in de grond kunnen voorkomen, in 1 liter grond zitten soms vele tienduizenden, ze zijn alleen met een microscoop waar te nemen. Het meest bekende aaltje is de veroorzaker van o.a.de aardappelmoeheid. Is zeer moeilijk te bestrijden, resistente rassen kweken en een ruime vruchtwisseling is de enige oplossing.

Virussen:Komen voor in zeer veel gewassen, zoals aardappelen, bonen, tomaten, bloembollen e.d.zij openbaren zich door groei en kleurafwijkingen aan blad en stelen .De aantasting belemmert de normale groei en de oogst doen mislukken.Bladluizen zijn de overbrengers van virussen.Veel rassen van tuinbouwgewassen zijn onvatbaar gemaakt door het in telen van resistente eigenschappen.

Bacterien:Bekenden zijn:Perenvuur bij fruit en de iepziekte, verbranden is de enige bekende oplossing.

Klimatologische schade:Kan worden veroorzaakt door: regen, wind, hagel, sneeuw, wind, vorst en zon.De schade kan worden voorkomen door tijdig de juiste maatregelen te nemen zoals: draineren, afdekken, schermen enzv.

Mechanische schade; Hieronder wordt verstaan: schade veroorzaakt door gebruik van verkeerde gereedschappen, machines, aanbindmaterialen(teerhoudend touw of stokken die behandeld zijn met carboleum e.d. Is te voorkomen door U goed te laten voorlichten door Uw leverancier!

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Rode Biet of Kroot

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvries en droge bewaring.

 Grondsoorten: Alle goede tuingronden, zowel zand als klei.

 Bemesting: Oude stalmest, aangevuld met 800 gr.Patentkali.+ 600 gr.Superfosfaat + 400 gr Kalk-ammonsalpeter per 10 M2.

Grondbewerking: Normaal.

 Rassen: Twee hoofdgroepen n.l Zomerbieten en Winterbieten, onderverdeeld in ronde, platte enlange soorten.

De bekendste biet voor alle teelten is: Kogel Bolivar, Gladoro is een vroege kogelvormige biet.Detroit en Vuurkogel zijn bekende bieten voor herfst en winter. Lange bieten zoals Granaat worden praktisch niet meer gebruikt.

 Zaaien of planten: Bieten kunnen worden gezaaid of uitgeplant als voor gekweekte plant.In de volle grond zaaien vanaf 1april, onder glas vanaf half maart.Te vroeg gezaaide bieten zijn gevoelig voor doorschieten, daarom worden vroege bieten wel voor gekweekt in perspotjes in de warme kas.Winterbieten zaaien half mei.

 Zaaiafstand: Zaaien op rijen, afstand 30 cm.1pakje is voldoende voor 15M.Winterbieten iets uitdunnen op 5 cm.zomerbieten niet uitdunnen,steeds de grootste oogsten. Plant bieten uitplanten op30X5 cm. Bietenzaad bestaat uit z.g.klusters, dit zijn meerdere zaden aan elkaar vast.

 Vervroegen: Platglas,plastic tunnels en afdekken met acryldoek, kassen zijn minder geschikt, bieten die te lang onder glas staan vormen erg veel blad, wat nadelig is voor de bietvorming.Veel luchten (dag en nacht)  bij zonnig weer schermen tegen verbranding, zonodig gieten.

 Ziekten en plagen: Doorschieten is meestal het gevolg van te vroeg zaaien, bladvlekkenziekte is moeilijk te bestrijden, er zijn verschillen in gevoeligheid per ras. Bietenvlieg vreet aan het inwendige van het blad,  is alleen chemisch te bestrijden. Koprot is een gevolg van Boriumgebrek, is te voorkomen door als stikstof een keer Chilisalpeter te strooien.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Bleekseldrij.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten: Bij voorkeur goede vochthoudende zandgrond.

 Bemesting: Oude stalmest aangevuld met b.v. 600 gr. mengmest 12-10-18 per 10 M2.

 Rassen/soorten: Golden Spartan, Goudgele zelfblekende, Lathom Self Blanching.

 Zaai/planttijd: Onder glas zaaien half April, uitplanten half Juni.                                        

 Zaadbehoefte/plantafstand: 0,1 gram voor ongeveer 80 planten, plantafstand 40x 30 cm.

 Vervroegen: Wordt weinig toegepast, soms worden de planten opgekweekt in kleine perspotjes.

Ziekten en plagen: Bladvlekkenziekte is een schimmelziekte, die door het zaad wordt overgedragen,treed vooral bij warm vochtig weer, ruim planten, zodat het gewas snel kan opdrogen is belangrijk.Wantsen vreten aan de bladeren, soms komt ook een aantasting van de wortelvlieg voor, te bestrrijden met diverse middelen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------  Bloemkool.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

Grondsoorten:  Alle, humeuze, goed ontwaterde gronden, late bloemkool bij voorkeur op klei grond.

Bemesting: Een flinke gift oude stalmest, aangevuld met 600 gr. mengmest 12-10-18 per 10 M2.   Tijdens de teelt bijmesten met 200 gr. Kalk of Chilisalpeter. In verband met verbrandingsgevaar tussen de planten strooien, niet tegen de poot!.

Rassen/soorten: Alle teelten: Siria F1 hybride, Vroege voorjaarsteelt, Alpha, Vroege Mechelse, zomer; White Summer, Andes en Celista. Herfstteelt: White Rock, Vernon e.v.a. Groene bloemkool: Alverda. Winterkool: Walcheren winter.

Zaaitijd: Zeer vroege bloemkool wordt gezaaid in de laatste week van September, men noemt dit ,,Weeuwenteelt",deze worden onder glas gezaaid en later meestal verspeend in perspotten van 10x10 cm en vorstvrij  overwinterd.Iets latere bloemkool wordt gezaaid in Februari onder glas, deze planten noemt men ,,Vrijsters,,Zomer en herfstkool kan men zaaien van half April tot 1 Juni.

 Plantafstand: Ongeveer 50x60 cm.

 Zaadbehoefte: 1 gram zaad geeft ongeveer 300 planten .

 Vervroegen: Kassen, Bakken, Tunnels en afdekken met Acryldoek, bloemkool wordt vaak ,, gelicht" d.w.z.dat halverwege de teelt het glas wordt weggenomen, dat is bevorderlijk voor de koolvorming.

 Ziekten en plagen: De koolvlieg legt haar eitjes aan de voet van de stam, bij voorkeur aan de zuidzijde, de hieruit komende larven vreten aan de stam en de wortels en vernielen het gewas. Te bestrijden met diverse middelen, of te voorkomen door het tijdig (half april) aanbrengen van z.g. koolkragen, dit zijn rond gesneden stukken asfaltpapier met een insnijding welke om de plantvoet moet worden geplaatst.Knolvoet is een schimmelziekte, die vreemd gevormde knollen aan de wortel veroorzaakt, het vaak in deze knollen aanwezige insect is secundair en is absoluut niet de oorzaak van knolvoet. Knolvoet is niet te bestrijden,het enige wat helpt is: een zeer ruime vruchtwisseling met jaren tussenruimte en een hoog kalkgehalte van de grond.Slakken, Rupsen, Luizen,  e.d. zijn op diverse manieren te bestrijden. Boren is de vroege vorming van kleine kooltjes, wordt veroorzaakt door groeistoringen tengevolge van koude. Klemhart is een vergroeiing van het hart, oorzaak:Molybdeen gebrek, te bestrijden door te spuiten met een Molybdeenhoudend middel. Verkleuring van de kool wordt veroorzaakt door licht, daarom moet bloemkool worden ,,gedekt" dit is de jonge kool afdekken doormiddel van het naar binnen afbreken van een aantal bladeren, ook z.g. zelfdekkende soorten  moeten worden gedekt.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Boerenkool.

 

Gebruiksmogelijkheden:Verse consumptie, diepvriezen en drogen.

 Grondsoorten: Alle goed gevoede gronden.

 Gronbewerking: Normaal.

 Bemesting: Oude stalmest aan het voorgaande gewas, aangevuld met 600 gr. Patentkali +400 gr.Superphosfaat,+ 500 gr. Kalkammonsalpeter per 10 M2.

 Rassen/soorten: Westlandse Herfst heeft gekroesd blad, is daardoor weergevoeliger als Westlandse Winter deze is grover en sterker. Bekende rassen geschikt voor herfst en winter zijn: Winterbor F1 hybride en Westl.winter.

 Zaai/planttijd: De zaaitijd is Mei/Juni, Meestal wordt gezaaid op een zaaibed en later uitgeplant.

 Zaadbehoefte/plantafstand: 0,25 gr.is voldoende voor 10 M2.Plantafstand 60x60 cm.

 Vervroegen: Niet van toepassing.

 Ziekten en plagen: Boerenkool is minder vatbaar voor knolvoet als andere koolsoorten.Koolrupsen  kunnen worden bestreden met de bekende middelen. Bij invallende vorst en vooral bij sneeuw kunnen vogels(duiven) het gehele gewas in korte tijd vernietigen, alleen te voorkomen door het gebruik van vogelnetten.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Broccoli.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten: Alle goede gevoede gronden.

 Grondbewerking: Normaal.

Bemesting: Oude verteerde stalmest, aangevuld met b.v. 600 gram mengmest 12-10-18 per 10 M2.Tijdens de groei bijmesten met Stikstof b.v.Kalk of Kalkamonsalpeter.(niet tegen de plantvoet strooien)Rassen/soorten: Broccoli kan onderverdeeld worden in :vroeg, zomer en herfstteelt, rassen die voor alle drie teelten geschikt zijn :Beaufort F1 hybride, Comet en Corvet.

 Zaai/planttijden: Zaaitijd afhankelijk van de vroegheid van half Maart tot begin Juli.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Chinese Kool

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten: Klei en zware zandgronden.

 Grondbewerking: Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Oude stalmest, aangevuld met b.v. 600 gr. mengmest 12-10-18. per 10 M2.tijdens de groeien keer bijmesten met stikstof.(niet tegen de stammen strooien!)

 Rassen/soorten; Kotohime F1 hybride, Granaat zijn rassen die geschikt zijn voor het gehele seizoen.

 Zaai/planttijd: Zaaien vanaf begin April tot half Juni, in verband met schietgevoeligheid, warm opkweken en verspenen in perspotten, vooral voor vroege zaaisels.Uitplanten vanaf begin Mei tot Juli.

 Zaadbehoefte/plantafstand: 1 gram zaad geeft ongeveer 80 planten,de plantafstand is 40x30 cm.

Vervroegen: Afdekken met Acryldoek geeft een aanmerkelijke vervroeging.

 Ziekten en plagen: Chinese kool is zeer vatbaar voor knolvoet, soms komt bladrand voor, wordt veroorzaakt door een tekort aan Calcium(kalk)Koolvlieg, Luis en Rupsen kunnen worden bestreden met de gebruikelijke  middelen.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Courgette.

Gebruiks-mogelijkheden: Verse consumptie en tafelzuren.

 Grondsoorten:  Alle humeuze gronden.

 Grondbewerking:  Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Oude stalmest, aangevuld met b.v.600 gr. mengmest 12-10-18. per 10 M2.tijdens de groei een keer bijmesten met stikstof.

 Rassen/soorten; Twee hoofdsoorten n.l Groene en Gele.Bekend groen ras is: Elite F1 hybride, van de gele rassen is de  Goldrush F1 hybride de bekendste.

 Zaaien/planten: Half mei in pers of bloempotten onder glas, uitplanten na half Mei.

 Zaai/plantafstand: Bij zaaien in potten 2 zaden per pot, waarvan na opkomst er een wordt overgehouden.De plantafstand is: 150x75 cm.

 Vervroegen: Tijdelijk afdekken met platglas, plastic e.d.

 Ziekten en plagen:Bladluizen kunnen het gewas aantasten, denk bij de bestrijding aan de bijen, deze zijn noodzakelijk voor de bevruchting! Meeldauw is een schimmelziekte die chemisch bestreden kan worden. Bij een te sterke groei kan de kop uit de plant groeien, dus matig met stikstof. De vruchten regelmatig   oogsten bij een lengte van 10 tot 25 cm.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Doperwten.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten:  Alle gronden.

 Grondbewerking: Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Weinig of geen stalmest, 800 gram Superfosfaat + 600 gram Patentkali per 10M2,Stikstof is meestal niet noodzakelijk.

 Rassen/soorten: Er zijn twee hoofdgroepen, n.l.Stam en Rijsdoppers, de stamdoppers worden veel geteeld op akkerbouwbedrijven voor de conservenindustrie.Van de stamdoppers bestaan er zeer veel rassen, de bekendste zijn, Karina Elwy, Mini, Starlette e.v.a. De reisdoppers worden bij rijs of gaas geteeld, bekende rassen zijn: Marktveroveraar, gewas hoogte 1,5 meter, Mechelse Krombek wordt ongeveer 1,5 m. hoog.Een bijzonder mooi rasvoor de volkstuin is de Blauwschokker, deze heeft fraaie donkerblauwe peulen en bloeit ook in blauwwit, wordt ongeveer 1,5 M hoog.

Zaai/planttijd: Doperwten zijn goed bestand tegen nachtvorst, ze kunnen onder glas worden gezaaid vanaf half Februari,uitplanten vanaf half Maart, ter plaatste zaaien in Maart/April.

 Zaai/plantafstand: Stamdoppers ter plaatse zaaien op rijen 50X15 cm telkens 1 plant.Rijsdoppers 140x15 cm. aan beide kanten van rijs/gaas. Opgroeiend gewas steunen met touw.

 Vervroegen: Zaaien in kistjes of potten onder glas en later uitplanten.

 Ziekten en plagen: Wormsteek moet al bestreden worden in het laatst van de bloei, denk aan de bijen!de larven van de erwten bladrandkever vreten aan de bladranden van de jonge planten, is te bestrijden met diverse middelen welke soms voor het planten door de grond moeten worden gewerkt.De grootste plaag zijn de vogels, die zowel bij opkomst als bij de oogst grote schade kunnen aanrichten, zijn alleen afdoende te bestrijden door gebruik van vogelnetten.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Gereedschappen.

 Zoals bij alle werkzaamheden, geld ook voor het tuinieren het gezegde ,,Goed gereedschap is het halve werk". Door gebrek aan kennis worden vaak de verkeerde gereedschappen gebruikt, het bemoeilijkt de werkzaamheden en leidt niet tot het gewenste resultaat.

Tot de basisgereedschappen behoren; Schoppen, Grepen, Schoffels, Zaadhark, Pootlijn, Pootplank, Gieter, Spuitapparaat enzv.

Schoppen zijn er in vele uitvoeringen, ieder met zijn eigen gebruiksdoel.

De Bats, onderverdeeld in recht, halfkrom en krom, verkrijgbaar in diverse maten. De rechte bats wordt volkstuinders veel gebruikt voor spitwerk, de kromme voor het uitplaggen van greppels e.d. Batsen worden geperst uit plaatstaal met een dicht geklonken huis voor de staal.

De Spade, heeft een vrij recht blad met een punt, is bijzonder geschikt voor spitwerk en werkt lichter dan de bats, het vraagt wel enige oefening om er mee te werken. Spaden worden gesmeed van twee lagen smeedstaal met een aangesmeed huis.

De Boor of  Stek, een recht enigszins rondstaand blad, gesmeed van meerdere lagen staal van hoge kwaliteit.Is bijzonder sterk, wordt veel gebruikt voor het uitsteken van boomkwekerijgewassen en het graven van sleuven e.d. Het meest bekende merk is: Idiaal (hoed U voor namaak!).

Grepen, zijn er ook in vele uitvoeringen, variërend van twee tot vijf tand, met ronde en platte tanden. Voor de volkstuin is de licht gebogen vier of vijftand goed te gebruiken, ook hier is veel kwaliteit verschil,Een goede greep heeft stalen tanden die niet vervormen.

 Schoffels, hiervan onderscheiden we rechte en puntige modellen in diverse breedtes, op de zandgronden is de rechte het beste op zijn plaats. Zeer belangrijk is de stand van het blad, deze moet vrijwel horizontaal met de grond staan.Daarom zijn de meerdere gereedschappen aan een verwisselbare staal meestal geen succes. Een van de beste schoffels is van het fabrikaat, ,,Wolf".

Harken, over de gewone hark als tuingereedschap valt weinig goeds te vertellen, is alleen geschikt om eens een pad uit te harken of i.d. Voor het fijn maken van de grond, of het onderharken van zaden is de gewone hark een onding. Voor dit soort werk is de echte tuinhark met scheve kop en stalen tanden het ideale gereedschap. Met een gewone hark wordt alles op hopen gekrabd.

De Pootlijn, bestaat uit een dun rotvrij touw, met aan beide einden een stok voor het vastzetten.

Kan worden gebruikt voor het uitlijnen van paden, zaadbedden enzv.

 Pootplank, wordt gebruikt bij het planten of zaaien, voorkomt het lopen over de pas bewerkte grond.Geschikt is een rechte plank van 4 M. lang, 20Cm. breed en 2,5 Cm. dik, door het aanbrengen van afstandmarkeringen (gekleurde punaises) voor diverse maten is het gemakkelijk  bepalen van de plantafstanden.

 Gieters, zijn in er zeer veel uitvoeringen, vaak gemaakt van kunststof, een goede gieter heeft een in de lengtegeplaatst handvat, een ingebouwd rooster voor de tuit en een fijne broes die omhoog gericht is.

 Spuitapparatuur, voor het verspuiten van gewasbeschermingsmiddelen, het beste voldoen de z.g. rugspuiten met een inhoud van 10 L. Voor een constante druk voldoen de spuiten waarbij men steeds moet pompen het beste.Als materiaal is kunststof aan te bevelen, de vulopening moet voorzien zijn van een fijne zeef, een maatverdeling op de romp van het toestel is zeer gemakkelijk. De spuitstok moet voorzien zijn van een snelafsluiter. De bekendste merken zijn: Douven en Birchmeier . Let er vooral op dat spuit voor een invallende vorstperiode grondig leeg is.(ook de snelafsluiter)

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Groenlof.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten: Alle goede tuingronden..

 Grondbewerking: Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Oude stalmest, aangevuld met b.v.600 gr. mengmest 12-10-18. per 10 M2.tijdens de groei een keer bijmesten met stikstof.(niet tegen de stammen strooien!)

 Rassen/soorten; Diverse rassen en soorten voor vroeg, middelvroeg en laat, raadpleeg Uw zaad catalogus.

 Zaai/planttijd:Zaaien vanaf begin April tot half Juli, in verband met schietgevoeligheid, warm opkweken en verspenen in perspotten, vooral voor vroege zaaisels.Uitplanten vanaf begin Mei tot Juli.

 Zaadbehoefte/plantafstand: 0,5 gram zaad geeft ongeveer 80 planten, de plantafstand is 30x35cm.

 Vervroegen: Afdekken met Acryldoek geeft een aanmerkelijke vervroeging.

 Ziekten en plagen: Bladluizen, slakken en aardrupsen zijn de belangrijkste belagers van Groenlof,zijn te bestrijden met diverse middelen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kassen-Bakken-Tunnels.

 Doelstelling: Het vervroegen/verlaten en aanpassen van de groeiomstandigheden.

 Kassen: Hebben als voordeel dat ze de mogelijkheid bieden, hoogopgaande gewassen te telen zoals b.v.Druiven,Tomaten, Snijbonen en Chrysanthen.De arbeidsomstandigheden zijn beter als bij platglas e.d.

Nadelen Hobbykassen:Door de zeer ongunstige verhouding van dakoppervlak:gevels is de aanschafprijs M2.teeltoppervlak zeer hoog.Door de kleine inhoud is het klimaat aan sterke schommelingen onderhevig, vooral de luchtvochtigheid. Er treedt gauw bodemverzilting op wegens te weinig doorspoeling, door dat er vaak de zelfde gewassen worden geteeld, is er snel kans op bodemziekten.Lang niet alle gewassen passen bij elkaar in de zelfde ruimte wat temperatuur, luchtvochtigheid en lichtbehoefte betreft.Ook de bemestingsbehoefte per gewas is sterk verschillend.

 Aandachtspunten: Kies een constructie die zo licht mogelijk is, geen onderhoud vraagt en toch bestand is tegen storm en sneeuwdruk.Er moeten ruime windvaste ventilatiemogelijkheden aanwezig zijn.Kies bij voorkeur glas als bedekking.Gebruik op houtwerk nooit geen carbolineum!(verbranding)!

 Bakken: Worden meestal bedekt met glas gevat in houten lijsten, standaardmaat: 150x80 cm.Voordelen:Relatief goedkoop, gemakkelijk te verplaatsen, glas afneembaar en eenvoudig onder te verdelen in afdelingen. Nadelen: niet te gebruiken voor hoog opgaande gewassen, moeilijke werkhouding, erg windgevoelig.

 Aandachtspunten: Een enkele bak is van twee kanten bewerkbaar, maak de zijkanten niet te hoog, anders gaan de gewassen rekken naar het licht. De hoogste kant naar het noorden, nokrichting Oost/West.Zorg er voor dat het teeltoppervlak hoger ligt dan de buitenkant van de bak, anders kan er water naar binnen stromen, tref voorzieningen tegen opwaaien.Zorg er voor dat het grondoppervlak enigszins schuin komt te liggen, achter hoger als voor.Gebruik ook hier nooit geen carbolineum o.i.d.(verbranding!)

 Tunnels: Voordelen: erg goedkoop.Nadelen het zelfde als bakken, bovendien is de grote condensvorming nadelig voor de meeste gewassen en belemmert het zicht op de gewassen.Zijn moeilijk te ventileren en te bewerken en erg kwetsbaar, plasticfolie verouderd snel doorinvloed van licht en is bijzonder windgevoelig.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Knolseldrij.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvriezen, drogen, tafelzuren en verse bewaring.

 Grondsoorten: Bij voorkeur klei, knolselderij van zandgrond is minder goed houdbaar.

 Grondbewerking Normaal, kleigrond voor de winter bewerken.

 Bemesting: Oude stalmest, aangevuld met 800 gram Patentkali +600 gram Superfosfaat +400gram Kalkamonsalpeter per 10M2.

 Rassen: De meest gebruikten zijn: Alba, Monarch en Prager Reuzen.

 Zaadbehoefte: 0,05 gram voor 10 M2.is voldoende voor 40 planten.

 Zaai/planttijd: Onder glas half Maart, uitplanten half Mei.

 Plantafstand: 50x50 cm.

 Ziekten en plagen: Bladvlekkenziekte is preventief chemisch te bestrijden, Schurft veroorzaakt bruinzwarte vlekken op de buitenkant van de knollen, bestrijding onbekend, wordt wel bevorderd door slechte teeltomstandigheden. Inwendig bruin is een gevolg van Boriumgebrek, kan worden voorkomen door te spuiten met een Boriumhoudend middel.Enige malen bladplukken bij een zwaar gewas help tegen schimmelaantastingen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ Komkommer.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvries en tafelzuren.

 Grondsoorten: Alle gronden met een hoog humusgehalte.

 Grondbewerking: Normaal, niet te fijn.

 Bemesting: Komkommers vragen een zeer zware bemesting met vooral veel organische stof.Men gebruikt wel een z.g. staalgrond, bestaande uit een mengsel van verteerde stalmest, klei graszoden en stro.Tijden de teelt regelmatig bijmesten met wat mengmest 12-10-18.

 Bijzonderheden: Goede kwaliteitskomkommers zijn in ons klimaat, alleen te telen onder glas en bij voorkeur in kassen.

 Soorten /rassen; Drie hoofdgroepen: n.l.Groene, witte en gele vruchten.De ouder rassen zijn eenhuizig en tweeslachtig, d.w.z.dat zowel de manlijke als de vrouwelijke bloemen voorkomen op dezelfde plant.Het grote nadeel is dat er bij bevruchting een ongewenste zaadvorming plaatsvindt, wat de vruchtongeschikt maakt voor gebruik ,komkommers zijn z.g.Parthenocarpisch wat betekend vruchtzetting zonder zaadvorming. Moderne rassen zijn volkomen manloos, zodat zaadvorming is uitgesloten, er zijn alleen groene manloze komkommers te verkrijgen.Een goede groene is o.a. , Bella F1 hybride, Paska F1 hybride, wit:Witte bruid, geel: Gele tros.

 Zaai/planttijden: Voor de koude kas of platglas zaaien half april bij een temperatuur van minstens 20 "C.Kort na opkomst oppotten in bloem of grote perspotten, zeer luchtig oppotten met de zaadlobben op de grond.Uitplanten ongeveer een maand na het zaaien.

 Zaadbehoefte: 1 Pit per plant, plantafstand: in kassen 150x40 cm omhoog leiden bij touw, onder platglas 1 plant per raam van 150x80 cm.

 Teeltmaatregelen: Komkommers moeten regelmatig worden gesnoeid, bij kaskomkommers, worden de vruchten aan de hoofdstam op een enkele na weggenomen. De onderste zijscheuten worden  tot op een halve meter eveneens weggenomen, de andere zijscheuten worden getopt achter het tweede blad, in de oksels komen de vruchten en weer nieuwe scheuten welke men na een blad topt enzv. Het blad moet regelmatig worden uitgedund. Platglas komkommers worden zodra er vier bladeren aanwezig zijn getopt, zodat er vier scheuten ontstaan, deze worden naar de hoeken van het raam geleid en getopt als ze nog 20 cm van de hoek af zijn. Vervolgens handelen als bij de kaskomkommers, opletten dat het hart van de plant altijd met een aantal bladeren bedekt blijft!.

 Ziekten/plagen: Komkommers zijn gevoelig voor talrijke ziekten die de wortels aantasten, in de beroepstuinbouworden komkommers daarom vaak geënt op een onderstam van een soort kalebas (Cucurbita Ficifolia) deze is onvatbaar voor een aantal ziekten. Spint wordt vooral bevorderd door tocht, is chemisch te bestrijden.De meeldauwschimmel die het blad aantast is te voorkomen door resistente rassen te gebruiken.Bij zonnig weer schermen tegen verbranding en veel luchten.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Koolrapen/Knollen.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten: Alle goede gronden, bewaarrapen beter op kleigronden..

 Grondbewerking: Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Oude stalmest, aangevuld met b.v.600 gr. mengmest 12-10-18. per 10 M2.tijdens de groei een keer bijmesten met stikstof.

 Rassen/soorten; Echte koolrapen:Friese Gele selectie:Runia een geelvlezige koolraap met een blauwe kop, zijn iets gevoelig voor scheuren in de kop. De Hollandse Roodkop is ook een bekend ras.Meirapen zijn kleine witte knollen die al in Mei/Juni worden geoogst, de bekendste is de Platte Witte Mei.Herfsknollen/rapen zijn eigenlijk een voedergewas, maar zijn voor verse consumptie smakelijker dan echte koolrapen. Hiervoor kan men het beste de platronde gele gebruiken.

 Zaai/planttijden :Normale koolrapen worden gezaaid in Mei/Juni op een plantbed en later uitgeplant, vaak als na gewas van vroege aardappelen. Meirapen worden ter plaatse gezaaid vanaf half Maart. De herfst of ook wel stoppelknollen genoemd worden gezaaid rond 1 Aug .

 Zaadbehoefte/Plantafstand: De zaadbehoefte van koolrapen is 0,25 gram voor ongeveer 35 planten.Herfst/stoppelknollen worden ter plaatse gezaaid, 0,5 gram op 10 M2.vaak staan ze dan nog te dicht, zodat uitdunnen noodzakelijk is.

 Vervroegen: Niet van toepassing.

 Ziekten en plagen: De koolvlieg is een grote bedreiging, die absoluut bestreden moet worden.Tegen wormsteek kunnen diverse middelen voor het zaaien door de grond worden gewerkt.Ook slakken kunnen schade veel schade veroorzaken.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Kropsla. 

                                                                                                                                                                                                                                                            

Gebruiksmogelijkheden:           Verse consumptie.

Grondsoorten: Alle goed doorvoede tuingronden, zware klei is minder geschikt.

Bemesting: Een matige gift goed verteerde oude stalmest, aangevuld met 600 gr.Patentkali + 500 gr.Superfosfaat per 10 M2.

.Grondbewerking: Normaal, kleigrond voor de winter bewerken.

 Soorten/rassen: Kropsla, IJsbergsla, Snijsla, Eikenbladsla enzv.Wij zullen ons beperken tot de

 twee eerst genoemde.Veel kropslarassen zijn daglengte gevoelig, dit is erg belangrijk voor de

 doorschietgevoeligheid, let dus op gegevens op de verpakking.Tot de goede kropslarassen

 behoren:o.a., Benita, Mondian en Mirene,voor IJssla wordt Minetto, Calmar en Great Lakes

aanbevolen.

Zaaien of planten: Onder glas begin maart, in de vollegrond vanaf half april tot begin augustus,

men kan terplaatse zaaien en later uitplanten. De beste methode is; opkweken in perspotjes

van 4x4 cm. het z.g. pillenzaad leent zich hier bijzonder voor ( niet te diep zaaien en niet te warm)

Plantafstand: Normale kropsla: 25x25 cm.IJsla:35x30 cm.Vooral niet te diep planten, dat levert puntige vuile kroppen op.De zaadbehoefte is zeer gering, per keer een tiental zaden is voldoende.Er zijn wit en zwartzadige rassen(rasafhankelijk)

Vervroegen: Kassen, platglas, tunnels en afdekken met acryldoek zijn goed te gebruiken, het verdient aanbeveling, halverwege de teelt het glas e.d. af te nemen, dit bevorderd de kropzetting,voor sla die tot aan de oogst onder glas moet blijven, zijn speciale rassen in de handel.

Ziekten en plagen: Bladluis, slakken, aardrupsen e.d. zijn te bestrijden met diverse middelen.Meeldauw ook  wel het,,wit,,genoemd is een schimmelziekte, die zich op het blad ontwikkeld en de sla waardeloos maakt,de meeste moderne sla soorten zijn hier geheel of gedeeltelijk onvatbaar voor.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Peterselie

 Toepassingsmogelijkheden: Keukenkruid, in soepen, salades e.d.

 Grondsoorten: Alle goede tuingronden.

 Grondbewerking: Normaal.

 Bemesting: Een matige hoeveelheid oude stalmest, aangevuld met 600 gr. mengmest 12-10-18 per 10 M2. Na het oogsten telkens bijmesten met wat kalksalpeter.

 Rassen/soorten: er zijn twee soorten n.l gewone en krulpeterselie, de laatste wordt vooral gebruikt als garnering. Bekende rassen zijn: Gewone snij en Fijne krul.

 Zaadbehoefte: 1Pakje is voldoende voor een rij van 10 M. lang, zaaiafstand 30 cm. tussen de rijen.

Zaai/planttijd: Zaaien in de volle grond van af eind maart,  het zaad voorkiemen in vochtig zand bespoedigd het opkomen en vergemakkelijkt het zaaien, het kiemen duurt ongeveer een week.Men zaait ook wel in pers of bloempotjes onder glas om later buiten uit te planten.

 Vervroegen: Onder platglas en tunnels of afdekken met acryldoek.

 Ziekten/plagen: Wortelvlieg tast de wortels aan, te bestrijden door voor het zaaien of planten een bestrijdingsmiddel door  de rond te werken.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Peul.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen

Bemesting: Een behoorlijk gift oude stalmest, aangevuld met 600 gr. Patentkali +800 gr.Superfosfaat per 10 M2.Peulen zijn vlinderbloemig en hebben dus weinig of geen Stikstof bemesting nodig.

 Rassen/soorten: Peulen zijn groene erwten rassen, die in hun jeugdstadium geen of weinig vlies vormen en zodoende kunnen worden gegeten.Twee hoofdgroepen n.l Stampeulen en Rijspeulen.Stampeulen kunnen zonder steunmateriaal worden geteeld, Rijspeulen worden gekweekt bij rijs of gaas.Een bekende stampeul is Nofila en Norli, de meest gebruikte rijspeulen zijn: Record en Heraut. (hoogte 1,75 m.)

 Zaai/planttijd: Vroege peulen worden in januari onder koud glas gezaaid, zo koel mogelijk opgekweekt en in maart uitgeplant.Later kan men in maart ter plaatse zaaien.De zaadbehoefte is 75 gr. voor 10 M2.

 Zaai/plantafstand: Stampeulen op rijen van 50 cm. telkens een plant op 4 cm.Rijspeulen op rijen van 1,25 m iedere 10 cm. drie planten bij elkaar.De zaadbehoefte is 25 gr. voor 10 M2.

 Vervroegen: Tot begin van de bloei tijdelijk bedekken met glas of i.d., zeer royaal luchten!

 Ziekten en plagen: De chocoladevlekkenziekte is een schimmel die het blad aantast, deels te voorkomen dat bij meer malig gebruik van gaas geen plantenresten overblijven in de mazen. De larven van de erwten bladrandkever vreten aan de onderste bladranden, te bestrijden met diverse middelen. Vogels kunnen soms ernstige schade aanrichten door aan de peulen te pikken, alleen afdoende te bestrijden door vogelnetten.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Postelein.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten: Alle goed gevoede gronden.

 Grondbewerking: Normaal.

 Bemesting: Oude verteerde stalmest, aangevuld met b.v. 50 gr. Kalksalpeter per M2.

 Rassen/soorten: Gewone  groene en Winterpostelein, laatstgenoemde wordt praktisch niet geteeld, deze kan bij zaadvorming ontaarden in een lastig onkruid!

.Zaaien: Postelein is in ons klimaat alleen goed onder glas te telen. Men kan zaaien vanaf begin mei.Van het fijne zwarte zaad is 8 Gr. per M2. nodig, mengen met wat wit zand vergemakkelijkt het zaaien.De grond moet voor het zaaien doornat en goed fijn worden gemaakt, het zaad wordt niet onder geharkt maar na het zaaien aangegoten met een gieter met een fijne broes, (oppassen voor wegspoelen)De eerste twee dagen niet luchten, wel oppassen voor felle zon, bij gunstig weer (warm) is de opkomst binnen 24 uur. Vervolgens voorzichtig luchten, oppassen voor uitdroging, postelein kan niet tegen gieten.Postelein is een zeer snelle groeier, van zaaien tot oogsten duurt drie weken.

 Ziekten en Plagen: Smeul doet het gewas verrotten, te voorkomen door niet te dik te zaaien en met beleid te luchten.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Prei.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvriezen en drogen.

 Grondsoort: Alle goed doorvoede gronden, winterprei van kleigrond is langer houdbaar.

 Grondbewerking: Diep losmaken, doormiddel van spitten, ploegen of fraisen.

 Bemesting: Oude stalmest aangevuld met b.v. 800 gr.mengmest 12-10-18. per 10 M2.Tijdens de groei enige keren bijmesten met 40 gr. stikstof b.v.kalkammonsalpeter of kalksalpeter.i.v.m. verbrandingsschade tussen het gewas strooien.Het gebruik van soda is een paardenmiddel wat voor de volgende gewassen  schadelijk kan zijn.

 Rassen: Zomerprei: Herfstreuzen 2 en 3,snelle groeiers maar niet winterhard.Winterprei; Farinto, Alle winter preisoorten groeien trager!

 Zaaitijden: Vroege soorten vanaf 1/2 jan.onder glas tot 1/2 apr.in de volle grond, late soorten zaaien in  mrt/apr. Zaadbehoefte is  3 gr. per M2. dit levert ongeveer 300 planten op.

 Planttijd:Vroege prei van 1/2 apr. tot 1 jun.Winterprei van 1 juni tot  15 juli.

 Planafstand: 16 a 20 pl. per M2.b.v.25X25 of50X12,5 cm.Een paar keer aanaarden bevordert de lengte van het wit, goede selecties vormen wit boven de grond.

 Ziekten en plagen: De preivlieg tast de wortels aan, te voorkomen door voor het planten een bestrijdingsmiddel door de grond te werken. Het preimotje legt eieren in de bladpunten, de uitkomende larven vreten zich naar het hart van de plant en verwoesten het gewas..Bestrijden met chemische middelen.Van het preimotje komen in een seizoen meerdere generaties voor, zodat herhaalde bespuitingen vaak noodzakelijk zijn.Papiervlekkenziekte treed op in het blad als, grijze vlekken welke in rotting overgaan, te voorkomen door vruchtwisseling en ruim planten.

 Vervroegen: Planten opkweken onder glas, verspenen in perspotjes, voor erg vroeg is het beter planten te kopen welke in de warme kas zijn opgekweekt.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

  Rabarber.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, jam en diepvries.

 Grondsoort:  Alle zwaar bemeste gronden met veel organische stof, op kleigronden een tragere groei.

Grondbewerking: Diep losmaken!

Bemesting: Rabarber vraagt een zeer zware bemesting met stalmest aangevuld met kunstmest vooral stikstof.

Rassen: Victoria, zeer grove groene erg zure stelen.Paragon:matig groffe zure soort.Champagne rood;Minder mooi gevormde stelen, inwendig rood en zwak zuur, zeer aanbevelenswaardig!

 Planttijd: Van half nov.tot 1 mrt.

 Plantmateriaal: Oude planten in stukken delen met minstens drie goede ,,neuzen,,voor het planten geen verse mest toedienen!

 Plantafstand: 100x80 cm.Rabarber laat zich goed telen langs een slootkant, is dan tevens een goede onkruid bestrijder.

 Ziekten en plagen: Komen in rabarber weinig voor, het verdient aanbeveling het eerste jaar niet te oogsten.

 Vervroegen: Afdekken met glas, plastic of acryldoek.Voor zeer vroeg de pollen rooien  begin februari en in een warme donkere ruimte plaatsen, (denk aan de vochtvoorziening!)

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Radijs.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie.

 Grondsoorten: Alle goede tuingronden, zware kleigronden zijn minder geschikt.

 Grondbewerking: Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Oude stalmest, aangevuld met b.v.600 gr. mengmest 12-10-18. per 10 M2.

 Rassen/soorten; Van radijs zijn er talrijke soorten zoals: Rond, Lang, Plat, nog weer te verdelen in Rode, Witte en Rode witpunt enzv.Voor de vroege teelt onder glas worden alleen de rode rassen gebruikt  zoals: Paritas (ook geschikt voor de herfst)Voor iets later is Robijn een goede rode, voldoet ook goed voor later.De Rode Witpunt is een bekende rood/witte radijs.

 Zaaitijden: Vanaf half februari onder glas, in de volle grond vanaf eind Maart tot September.

 Zaadbehoefte: 30 a 35 gram per 10 M2. Om de opkomst te versnellen word radijs vaak voorgekiemd in vochtig zand, zodra de kiemen zichtbaar worden zaaien.

 Vervroegen: Zaaien in kassen, bakken, plastictunnels of bespannen met Acryldoek.

 Ziekten en plagen: Slakken en Aardvlooien zijn te bestrijden met diverse middelen.Voos worden is te voorkomen door tijdig te oogsten.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Rode Kool.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en bewaring.

 Grondsoorten: Alle goede tuingronden, bewaarkool op klei.

 Grondbewerking:Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Oude stalmest aangevuld met b.v.600 gr. mengmest 12-10-18 per 10M2.tijdens de groei bijmesten met stikstof  Kalksalpeter of Chilisalpeter.(niet tegen de plantvoet strooien!)

 Rassen/soorten: Drie hoofdgroepen n.l.Zomer, Herfst en late als bewaarkool.Bekende rassen zijn voor alle drie de Langedijker rassen, bij voorkeur hybriden gebruiken.

 Zaai/planttijd: Voor zeer vroeg wordt wel gezaaid in het laatst van September (Weeuwenteelt), deze worden na opkomst in perspotten verspeend en vorstvrij overwinterd.Normaal wordt er gezaaid vanaf Februari tot April.Uitplanten van half Maart tot begin Juni.

 Zaadbehoefte/plantafstand: 0,15 gram is voldoende voor 35 planten.

Plantafstand: 65x60 cm.bij voorkeur onder glas zaaien.

 Vervroegen: Niet van toepassing.

 Ziekten en plagen: Koolvlieg, Rupsen, Bladluis en knolvoet, zie voor bestrijding bij andere koolsoorten.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

  Savoyekool.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvriezen en bewaring.

 Grondsoorten:  Bij voorkeur klei.

 Bemesting: Oude stalmest aangevuld met 800 gr mengmest 12-10-18 per 10 M2.Tijdens de groei naar behoefte bijmesten met een Stikstof mest.

 Soorten/rassen: Twee hoofdgroepen: n.l.groen en gele soorten, de groene rassen verdienen de voorkeur.Een bekend groene rassen is o.a: Hamas F1 hybride.

 Zaai/planttijd: Zaaien op zaaibed in Maart/April, uitplanten in Mei/Juni.

 Zaadbehoefte/plantafstand: 0,2 gram voor 10M2.is voldoende voor 25 planten.

Plantafstand: 70x70 cm.Voor zeer vroeg kan men ook zaaien in het laatst van Oktober, de planten vorstvrij overwinteren en vroeg in het voorjaar uitplanten.

 Ziekten en plagen: Zie bij witte kool.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

-Schorseneer.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie.

 Grondsoorten: Alle goede tuingronden, zware kleigronden zijn minder geschikt.

 Grondbewerking: Diep losmaken, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Bij voorkeur geen stalmest, 800 gr.Patentkali +500 gr.Superfosfaat + 300 gr Kalkamonsalpeter per 10 M2.

 Rassen/soorten; Lange Jan en Verbeterde niet schieters zijn de belangrijkste soorten.

 Zaaitijden: Juni,ondiep zaaien.

 Zaadbehoefte: 35 gram voor 10 M2

 Zaaiafstand: Zaaien op rijen van 25 cm.op de rij uitdunnen op 5 cm.

 Vervroegen: Niet van toepassing. ( bewaring; in de grond laten zitten, afdekken tegen vorst)

 Ziekten en plagen: De belangrijkste ziekte is meeldauw, deze is chemisch te bestrijden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Sjalot.

Gebruiksmogelijkheden:Verse consumptie en droog bewaren

 Grondsoort: Alle goed bemeste gronden met veel organische stof, op kleigronden een tragere groei.

 Grondbewerking:Normaal.

 Bemesting: Stalmest, aangevuld met 800 gr mengmest 12-10-18 per 10 M2, tijdens de teelt een paar maal bijmesten met stikstof b.v.Kalk of Chilisalpeter.

Rassen/soorten: er komen drie kleuren voor, n.l. Geel, Bruin en Roodhuidig. Bekende rassen zijn: Golden Gourmet, Ouddorpse bruine en Sante een roodhuidige.

 Plantgoed: Sjalotten worden vegetatief vermeerderd door het uitplanten van bollen van het vorige jaar, dit heeft tot gevolg dat vele ziekten kunnen overgaan met het plantgoed.Het plantgoed staat onder keur van de N.A.K.G.,vraag bij aankoop naar het keurcertificaat!

 Planttijd: Normaal: begin Maart, voor zeer vroeg wordt enkel wel eens in Oktober geplant.

 Plantafstand/behoefte: De plantafstand is 30x15 cm.De hoeveelheid is sterk afhankelijk van de plantmaat.

 Vervroegen: Wordt weinig toegepast, alleen bij de teelt van groene sla sjalotten..

 Ziekten en plagen:Virusen, Aaltjes en Witrot, zijn goeddeels te voorkomen door het gebruik van goedgekeurd plantmateriaal. Soms komt Meeldauw voor. Om vroegtijdige bloemstengelvorming te voorkomen geeft men wel een z.g. warmtebehandeling, het plantgoed wordt dan in het zeer vroege voorjaar vijf weken bewaard bij een temperatuur van 18"C

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Snijbiet.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie.en diepvriezen.

 Grondsoorten:  Alle goede tuingronden, zware kleigronden zijn minder geschikt.

 Grondbewerking: Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Oude stalmest, aangevuld met 700 gr. mengmest 12-10-18 per 10 M2, tijdens de teelt,telkens na het oogsten bijmesten met stikstof. (tussen de rijen strooien)

  Rassen/soorten; Gewone groene snij en diverse andere kleuren.

 Zaaitijden:  Half Maart tot eind Juli.

 Zaadbehoefte: 20 gram voor 10 M2.

 Zaaiafstand: Zaaien op rijen van 25 cm.

 Vervroegen: Niet van toepassing.

 Ziekten en plagen: De larven van de bietenvlieg zitten van binnen in het blad, zijn zichtbaar door het blad tegen het licht te houden, is moeilijk te bestrijden.Ook slakken geven soms schade.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ STOKSNIJBONEN.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvries en inzouten.

 Grondsoorten:  Alle goede tuingronden, mits goed ontwaterd.

 Grondbewerking:  Normaal, niet te vaak schoffelen. (bonen wortelen oppervlakkig)

 Bemesting: Een zeer matige hoeveelheid oude stalmest, aangevuld met 600 gr.Patentkali +800 gr.Superfosfaat per 10 M2.Stikstof is op goede tuingrond zelden nodig.

 Soorten/rassen: . 1.Snij of Veense boon, een gladde lichtgroene boon met een zeer goede smaak, is ziekte en wind gevoelig.

2 .Pronkboon, een donkergroene ruwschillige boon, iets stugger als de vorige, goede consumptiekwaliteit, een hoge productie weinig ziekte gevoelig en goed bestand tegen slecht weer.

3..Spekbonen, eigenlijk een grove soort stokslaboon, die ook als snijboon wordt gebruikt, een zeer smakelijke boon, is ziekte gevoelig

.Bekende rassen van de snijboon zijn: Belmonte, Helda van de pronkbonen is Emergo de bekendste.Silvia en Astera zijn goede spekbonen.

 Zaaien/planten: Bij stokken, gaas en touw, normaal worden drie planten bij een stok gezaaid/geplant, bij de teelt aan gaas of touw per 20 cm.Een zeer goed systeem is:tussen twee palen een draad spannen op 1 1/2 m.hoogte en hieraan de stokken om en om vast zetten, afstand 80x60 cm..Let er vooral op dat U de stokken niet hoger vastbinden dan 1 1/2 m.,dit voorkomt pruikvorming op de bindplaats, wat oorzaak is van veel kromme bonen.

 Zaai/planttijd: Normaal droog zaaien vanaf tweede week mei tot half juni, zaaien onder glas los of in potten en later uitplanten geeft een behoorlijke vervroeging.Bonen kunnen zeer goed voor gekweekt worden in kisten met vochtig wit zaagmeel (geen eiken!)Uitplanten voordat de bladeren geheel gespreid zijn, van zaaien tot uitplanten duurt ongeveer 12 dagen( in verband met nachtvorstgevaar niet eerder zaaien als begin mei, verplante bonen geven een iets minder weelderige bladmassa doch een normale opbrengst.

 Vervroegen: Zaaien onder glas en later uitplanten, Snijbonen (geen pronkers) zijn zeer geschikt om in een kas te telen, ruim luchten, en blad uitdunnen.

 Ziekten en plagen: Spint, luis,slakken e.d. zijn te bestrijden met diverse middelen, virusziekten komen vooral voor in snij en spekbonen, pronkers hebben hier weinig hinder van.Bloemrui wordt veroorzaakt door vochtgebrek of andere groeistoringen, vooral als er veel jonge bonen aan het gewas hangen, flink water geven wil wel eens helpen.Hommels bijten een klein gaatje achter in de bloem om bij de nectar te kunnen komen, bijen maken ook gebruik van deze,,open deur" dit geeft in tegenstelling van wat vaak beweerd wordt geen enkele schade, het draagt alleen bij tot een goede bevruchting.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Spinazie.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvries.

 Grondsoorten: Alle goede tuingronden met een  hoog kalkgehalte, (Ph.6,5)zowel zand, veen als kleigronden.

 Grondbewerking: Normaal, bij extra diepe bewerkingen opletten dat geen slechte ondergrond naar boven wordt gehaald. Kleigrond voor de winter bewerken.

 Bemesting: Spinazie stelt zware eisen aan de bemesting, naast een flinke hoeveelheid stalmest is aanvullen met 800 gr.Patentkali+ 600 gr. Superfosfaat en+400 gr.Kalkamonsalpeter per 10 M2.aan te bevelen.Tijdens de teelt enige keren bijmesten met b.v. 200 gr. of nog beter een zelfde hoeveelheid Chilisalpeter per 10 M2. Bij rijenteelt tussen de rijen strooien, anders alleen op kurkdroog  gewas i.v.m.verbrandingsschade.

 Zaaitijd: Van 1 februari tot 1 september.(spinazie is tegen matige vorst bestand ! )

 Zaaimethode :Een snelle opkomst geeft onkruiden minder kans, tevens wordt hierdoor vogelschade beperkt,ook de kans op verdroging het zaaisel is kleiner.Een snelle opkomst is te bereiken door het zaad 48 uur in water te weken, vervolgens op een warme plaats laten  kiemen, als de witte puntjes goed zichtbaar zijn uitzaaien.Bij voorkeur zaaien op rijen, afstand 25 cm. Pas na opkomst licht aandrukken.

 Zaadbehoefte: 500 gr. per 10 M2,bij zeer vroege teelt (jan./febr.) 800 gr.

 Rassen: Een van de bekendste en oudste is Breedblad scherpzaad zomer, een naam die de lading niet dekt, dit ras is vanwege zijn  ziektegevoeligheid absoluut niet geschikt voor zomerteelt, bovendien ook nog erg doorschiet gevoelig.Alleen aan te bevelen voor zeer vroege teelten, is zeer goed bestendig tegen vorst.Het verdient aanbeveling rassen te kiezen die resistent zijn tegen ,,Wolf,,dit is een aan de achterzijde van het blad, voorkomende schimmel, deze kan vooral bij warm vochtig weer binnen een dag het gewas onbruikbaar maken voor consumptie.Aanbevelenswaardig zijn;Carpo F1 hybride, Butterfly en Rico F1 hybride.Veel spinazierassen zijn daglengte gevoelig, letbij aankoop op de gegevens welke op de verpakking staan.

 Vervroegen: Spinazie laat zich gemakkelijk vervroegen door gebruik te maken van platglas, bakken,tunnels e.d. Ook het afdekken met acryldoek geeft een behoorlijke vervroeging.In alle gevallen dunner zaaien als in de volle grond en vooral veel luchten(dag en nacht!)

 Ziekten en plagen:Wolf  de reeds genoemde schimmelziekte is te voorkomen door resistente rassen te gebruiken.Vogelschade is middels het bespannen  met Acryldoek voor 100% te voorkomen.Mollen kunnen soms knap lastig zijn, wegvangen is de beste methode, sommige jaren treedt bietenvlieg op, de larven zitten in het blad en zijn moeilijk vindbaar, is alleen te bestrijden met chemische middelen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------  Spitskool

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten: Alle goede tuingronden.

 Grondbewerking: Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Een flinke gift oude stalmest, aangevuld met b.v.800 gr. mengmest 12-10-18.per 10 M2. Tijdens de groei een paar keer bijmesten met stikstof b.v.kalksalpeter.

 Rassen/soorten: Voor vroege teelt maakt men gebruik van z.g.,,Weeuwen,, dit zijn planten die in de herfst gezaaid zijn en overwinterd onder glas, goede rassen voor dit doel zijn: Eersteling en Hornspi.Zaait men in febr. dan worden dit ,,vrijsters, genoemd ,zijn later oogstbaar dan de vorige, zomer spitskool kan worden gezaaid van mrt. t.e.m.half juni, een goed zomerras is: Cape Horn

 Zaadbehoefte/plantafstand: Uit een gram komen ongeveer 100 planten.De herfst gezaaide spitskool wordt meestal verspeend in perspotten van 8x8 cm.los verspenen kan ook.De meest voorkomende plantafstand is 50x50 cm. De planttijd begint eind februari (koolsoorten kunnen flinke nachtvorsten verdragen) In verband met het afdraaien door de wind niet te ondiep planten.

 Vervroegen: Uitplanten onder platglas of tunnels en halverwege de teelt het glas afnemen is een  goede methode.Afdekken met acryldoek geeft een behoorlijke vervroeging en helpt tevens tegen konijnenvraat.

 Ziekten en plagen: De koolvlieg legt zijn eieren aan de voet van de plant aan de zuidkant vanaf half april, is te bestrijden door het plaatsen van koolkragen of met diverse chemische middelen.Rupsen en luizen komen vooral voor in de zomerteelten, te bestrijden met diverse middelen.Knolvoet, een zwamziekte, is vrijwel niet te bestrijden, het enige wat helpt is een ruime vruchtwisseling en een voldoende hoge kalktoestand van de grond.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Spruitkool.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoorten:  Bij voorkeur klei, bij een goede rassenkeuze zijn op zandgrond ook goede spruiten te telen.

Grondbewerking: Normaal, kleigrond voor de winter bewerken.

 Bemesting: Een behoorlijke hoeveelheid oude verteerde stalmest, aangevuld met b.v.800 gr.meng-mest 12-10-18. per 10 M2.Tijdens de groei enige keren bijmesten met stikstof zoals b.v.400 gr.Kalkammonsalpeter.

 Rassen/soorten: Te onderscheiden zijn: vroeg, middelvroeg en laat.Bijzonder aanbevelenswaardig zijn de z.g.Hybriden, ook aangeduid met F1, F2 enzv.vooral op zandgrond. Goede  rassen zijn: Igor F1 hybride en Roodnerf.

 Zaai/planttijd: Zaaien begin mei, uitplanten half juni.

 Zaadbehoefte/plantafstand: 1 gr. levert ongeveer 100 planten op.Plantafstand:70x60 cm.

 Ziekten en plagen: Melige koolluis, koolrupsen, galmug en snuitkevers.Koolvlieg moet zondermeer bestreden worden, hetzij chemisch of anders.Knolvoet is moeilijk te bestrijden, een ruime vruchtwisseling en een goede kalktoestand van de grond is belangrijk.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Stamboon

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvriezen en drogen.

 Grondsoorten: Alle goede gronden met een niet te grote stikstofvoorraad.

 Grondbewerking ;Normaal, niet te vaak schoffelen (bonen wortelen zeer oppervlakkig)

 Bemesting ; Zeer weinig of geen stalmest, 800 gr. Superfosfaat +600 gr.Patentkali, per 10 M2.weinig of geen stikstof.

 Rassen/soorten:Twee hoofdgroepen, n.l. Zachtschalige, draadloze voor consumptie van de peulen en hardschalige voor gebruik van de gedroogde zaden. De bekendste en kwalitatief nog altijd de beste stamboon is de bekende Dubbele witte zonder draad, is alleen geschikt voor vroege teelten, heeft later veel hinder van virus ziekten die de oogst sterk reduceren. Andere aanbevelenswaardige rassen zijn: Arena en Rondina.

Veel van de moderne rassen zijn gekweekt voor het machinale plukken,dit houdt in dat ze meestal in een keer geoogst kunnen worden.Van de hardschalige bonen is de strogele, ook vaak Friese woudboon genoemd de bekendste.

 Zaaizaad: Bij voorkeur door de N.A.K.G.gekeurd zaad gebruiken, het bij de Woudbonen gebruikelijke uitzoeken van de grootste peulen heeft geen enkele zin, alle bonen van de zelfde stam hebben de zelfde erfelijke eigenschappen.Wil men iets bereiken ,zaai dan een aantal planten op enen en selecteer hieruit de beste stammen.

 Zaai/plantmethoden: Men kan uitgaan van droog zaaien of van voor gekweekte planten, de laatste manier geeft een vervroeging en een minder wild gewas. Een heel goede manier is zaaien in kisten met vochtig wit zaagmeel (geen eiken!) op een warme lichte plaats b.v. onder glas en later uitplanten voordat de bladeren geheel gespreid zijn.Van zaaien tot planten duurt ongeveer 12 dagen. Nooit geen bonen zaaien op grond waar als voorgewas spinazie heeft gestaan, bij gebruik van planten is dat geen bezwaar.

 Zaai/plantafstand: De meeste rassen op 50x50 cm.,op weelderige gronden iets ruimer,meestal worden drie       

zaden/planten bij elkaar gezet, men kan ook planten op rijen van 60 cm.telkens een plant op 15 cm.

 Zaai/planttijden: Normaal droog zaaien in de tweede week van mei tot 1 juli, hardschalige bonen tweede week

 van mei. Voor gekweekte bonen niet eerder uitplanten als half mei.(nachtvorstgevaar!)

 Vervroegen: Platglas, tunnels e.d. vroegtijdig verwijderen (half juni) afdekken met acryldoek gaat zeer goed.Zaaien in potten onder glas en later uitplanten geeft een flinke vervroeging.

 Ziekten en plagen. Bonen zijn gevoelig voor talrijke virusziekten, dit is deels te voorkomen door resistente rassen te kiezen. Spint en luis zijn alleen chemisch te bestijden.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Stokslabonen.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvriezen en inzouten.

Grondsoorten: Bij voorkeur goede zandgronden.

 Grondbewerking: Normaal.

 Bemesting: Een matige gift oude stalmest, aangevuld met 600 gram Patentkali + 800 gram Superfosfaat per 10 M2. Weinig of geen Stikstof.

 Rassen/soorten: Met een dunne platte peul: Princessebonen. Normale peulvorm: Bertina en Coby.

 Zaai/planttijd: Normaal droog zaaien begin Mei tot begin Juli, men kan ze ook goed voorkweken onder glas en later uitplanten. Bonen laten zich zeer goed zaaien in vochtig wit zaagmeel (geen eiken!) van zaaien tot uitplanten duurt ongeveer 10 dagen.Bonen zijn zeer nachtvorst gevoelig, dus niet uitplanten voor half Mei.

 Zaadbehoefte/plantafstand: 50 gram voor 10 M2.Uitplanten bij stokken op 80x50 cm.de stokken vooral niet te hoog vastbinden, dit voorkomt pruikvorming  bij de aanbindplaats.In het begin de planten omhoog helpen(tegen de zon in draaien)Stokslabonen zijn ook zeer goed bij gaas te telen, men zaait of plant dan op rijen aan beide kanten van het gaas.

 Vervroegen:In het laatst van  April onder glas zaaien in bloempotten en uitplanten half Mei.

 Ziekten en plagen: Stokslabonen zijn over het algemeen gevoelig voor virusziekten, de genoemde rassen zijn meer of minder gevoelig. Spintmijten vreten aan de achterkant van het blad en kunnen het gewas totaal verwoesten, is alleen chemisch te bestrijden. Slakken vreten vooral aan de jonge planten, bestrijden met diverse middelen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Tomaat.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvriezen, pure, sap enzv.

 Grondsoorten: Alle goede tuingronden, alleen veen is minder geschikt.

Grondbewerking: Normaal, niet te fijn.

Bemesting: Een flinke gift oude verteerde stalmest, aangevuld met:1000gr. Patenkali +800 gr.Superfosfaat +600 gr.Kalkamonsalpeter per 10M2.

Rassen/soorten: Normale ronde tomaten, Vleestomaten, Cherrytomaten, Langwerpige, Geel enzv.Een tomaat van werkelijk goede kwaliteit is in ons klimaat alleen onder glas te telen, er zijn zeer veel rassen, waarvan veel die bestand zijn tegen diverse ziekten.Bekende ronde tomatenrassen zijn:,Vollendung, Meran F1 hybride en Monymaker, vleestomaten:Camil F1 hybride, Marmande, cherrytomaat; Sweet 100 F1. Stamtomaat Red Hunter en Murel F1 hybride.

Zaai/planttijd: Koude kastomaten moeten warm opgekweekt worden, zaaidata:1  febr.plantdata:15 april. Vollegrond tomaten, moeten ook warm gezaaid worden, ongeveer begin maart, plantdata: tweede helft mei.

 Teelthandelingen: Na opkomst verspenen in kistjes 4x4 cm.voordat de plantjes beginnen te rekken, oppotten in bloempotten of in grote perspotten 10x10 cm. Zodra de planten aan de groei zijn, zeer matig water geven, dit voorkomt lange zwakke slappe planten.Een goede tomaten plant heeft bij het planten de bloei in de,,bek " d.w.z. de bloemtros moet al duidelijk zichtbaar zijn.Tomaten moeten regelmatig worden ,,gediefd" alle zijscheuten in de bladoksels moeten worden weggebroken. Als de onderste tros rijp is moet ook worden begonnen met het van onderen wegnemen van het blad, niet meer als drie per keer, anders loopt U de kans dat de vruchten gaan barsten.

Plantafstand/methoden: Normale afstand is 80x50 cm.andere afstanden kan ook, als U maar uitkomt op 2,5 planten per M2. Kastomaten worden meestal gekweekt aan touw, welke onder aan de plant wordt vastgebonden (niet afbinden).  Vollegrond tomaten worden gesteund met een stok en vastgezet met touw o.i.d.

Ziekten/plagen: Vollegrond tomaten zijn zeer gevoelig voor aardappelziekte(Phytophthora) is alleen te voorkomen door zeer intensief te spuiten met een fungicide (zwamdodend middel)onder glas komt dit vrijwel niet voor. Kastomaten worden vaak aangetast door bladvlekkenziekten, er zijn veel rassen die hiertegen resistent zijn. Ziekten aan de wortels, zoals kurkwortel en knol komen vaak voor als men vaak op dezelfde plaats teelt , is te voorkomen door gebruik te maken van planten welke geënt zijn op een onvatbare onderstam.(vakwerk!)Door de zware bemestingen wordt na een paar jaar de kasgrond zout en wil er niets meer groeien.Enige keren blank zetten met veel water, doet het zout oplossen en wegspoelen, of de teeltlaag vervangen door verse grond.Om de bevruchting te bevorderen moeten kastomaten worden,,getrild"  d.w.z. de planten in trilling brengen om het stuifmeel los te schudden, de beste tijd is in de loop van de morgen.Dag en nacht luchten is een noodzaak!

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Tuinbonen.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvries.

 Grondsoorten: Alle grondsoorten.

 Bemesting: Weinig stalmest, aangevuld met 800 gr. Superphosfaat + 600 gr. Patentkali per 10 M2, daar bonen zelf stikstof produceren, hoeft men dat meestal niet te geven.

Grondbewerking: Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Rassen: Er zijn twee hoofdgroepen, n.l.witbloeiende en bontbloeiende, de witbloeiende rassen geven witte bonen, die hoofdzakelijk door de conservenindustrie worden gebruikt om hun kleur.De bontbloeiende rassen geven bruine bonen, dat oogt minder mooi, maar de smaak is beter.Goede rassen voor de particuliere tuin zijn:Witkiem, Vroma en Witkiem Major.

 Zaai of planttijd: Tuinbonen zijn bestand tegen matige vorst, kunnen daarom zeer vroeg worden gezaaid.

In de volle grond kan men zaaien vanaf half maart, vaak wordt gezaaid onder platglas om later buiten uit te planten, dan kan men al zaaien in de tweede helft van januari en in het laatst van maart uitplanten, tijdig het glas er af nemen en uitplanten voordat de bladeren geheel gespreid zijn.

Zaadbehoefte: 250 gr. voor 10 M2.

 Zaai of plantafstand: 70x15 cm.of 70x45 cm.in het laatste geval drie planten bij elkaar zetten.

 Teelthandelingen: Een flinke kop uitnemen zodra de eerste bonen beginnen te zetten, dit voorkomt een luisaantasting en tevens gaat het gewas minder gauw liggen bij slecht weer.

 Vervroegen: Tuinbonen voelen zich onder glas niet goed thuis, wel zijn ze dankbaar voor het afdekken met acryldoek.

 Ziekten en plagen: De bladrandkever vreet aan de onderste bladranden, te bestrijden met diverse middelen, bladluizen zitten vooral in de koppen, daarom koppen vroeg verwijderen.Chocolade vlekkenziekte tast het blad aan, vaak een gevolg van te weelderige groei door stikstofovermaat.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

UIEN.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie,diepvriezen, drogen enzv.

 Grondsoorten: Zomeruien op alle gronden, winteruien bij voorkeur op kleigrond.

 Grondbewerking: Normaal, kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting:.Een redelijke gift oude verteerde stalmest, aangevuld met: 600 gr. mengmest 12-10-18 per 10 M2.gedurende groei nog een paar keer bijmesten met een stikstofmest.

 Rassen/soorten: Voor uien kunnen we kiezen uit drie soorten uitgangsmateriaal, t.w. Zaaiuien uitzaad, Plantuien als kleine uitjes en pootuien als groene planten. Zaaiuien is eigenlijk een landbouwgewas, wordt gezaaid  rond 1 april, bekend ras is: Rijnsburger. Plantuien zijn geprepareerde (temperatuurbehandeling) kleine uien van een of twee jaar oud, zij kunnen worden geplant in maarten geven vroeg een flinke ui, bekende rassen zijn :Stutgarter riesen, Centurion F1 hybride.Pootuien, worden in augustus gezaaid met de bedoeling te overwinteren en zeer vroeg oogstbaar te zijn.

 Zaadbehoefte: 7 gr. per 10M2.Plant/Pootuien: 400 g. per 10M2.

 Zaai/plantafstand: Zaaiuien op rijen van 25 a 30 cm.,Plant/Pootuien:25x10 cm.

 Vervroegen: Tijdelijk afdekken met glas of bedekken met acryldoek.

 Bewaring: Droog, koel en vorstvrij.

 Ziekten/Plagen :De larven van de uienvlieg vreten aan de wortelbasis van de plant, zeer schadelijk.Is te bestrijden door voor het zaaien of planten een bestrijdingsmiddel door de grond te werken.Meeldauw is een schimmelziekte, die het blad aantast, is te bestrijden met diverse middelen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Witlof. 

         

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie en diepvriezen.

 Grondsoort: Klei en zandgrond, welke niet rijk zijn aan stikstof (zwaar doorvoede tuingronden zijn minder geschikt!)

 Grondbewerking: Normaal, in verband met de diepe beworteling mogen er geen storende lagen voorkomen.

 Bemesting: Witlof is als alle wortelgewassen een kali liefhebber, stikstof heeft een slechte invloed op kwaliteit van de wortels en moet alleen gegeven worden als aan het gewas te zien is dat er behoefte is. Om dezelfde reden is het gebruik van stalmest ook sterk af te raden, mengmest zoals 12-10-18.bevat ook teveel stikstof. Advies: 1000gr.Patentkali  + 600 gr .Superfosfaat per 10 M2.

 Rassen:Er zijn vroege , middelvroege en late rassen, deze zijn weer onder te verdelen in rassen welke met of zonder dekgrond zijn te telen.Er zijn ook speciale rassen, waarbij grondverwarming een noodzaak is, b.v.Vroege Mechelse, deze zijn voor de volkstuinder minder geschikt.Voor nadere informatie  Uw zaadcatalogus raadplegen.

 Zaaitijd: In verband met de grote gevoeligheid voor doorschieten, niet zaaien voor half mei, uiterste data begin juni.Wil men erg vroeg over goed afgerijpte wortelen beschikken dan is zaaien onder glas en later uitplanten een mogelijkheid.Ook wordt wel gebruik gemaakt van geperforeerde plasticfolie of acryldoek.

Zaaiafstand: Meestal wordt gezaaid op rijen met een afstand van 30 cm.tussen de rijen, op de rij moet worden uitgedund op 15 cm. andere afstanden is mogelijk, als het aantal planten maar  18/20 per M2. bedraagt.

 Zaadbehoefte:  0,3 gr. per M2. Van het z.g. pillen zaad 20 stuks per M2.Zaden/pillen ondiep zaaien en licht aandrukken.

 Opzetten(inkuilen): Afhankelijk van het ras, rassen met dekgrond iets schuin tegen elkaar in een kuil van 15 cm. diep met de koppen naar boven en de ondereinden in de kuilbodem steken vervolgens afstrooien met dun laagje tuingrond en met water inspoelen.Afdekken met 10 cm. grond, daarna vorstvrij houden met stro of blad.Rassen welke zonder dekgrond zijn te telen, kan men opzetten in een kist o.i.d welke deels is gevuld met grond waar men de wortels in kan plaatsen.Ook hier is het gewenst enige grond tussen de wortels te spoelen, vervolgens volledig donker plaatsen op een matig warme plaats(15"C.) Na ongeveer drie weken kan  men oogsten.(kroppen van de wortel breken).Witlofwortels zijn maar eenmaal oogstbaar, tenzij U de kroppen afsnijd boven het hart, dit levert dan geen kroppen maar allemaal losse bladeren.Bij een tweede oogst denken aan de watervoorziening!De oogst is goed te spreiden door de wortels koel en vorstvrij te bewaren en bij gedeelten op te zetten.

 Ziekten en plagen: Het verrotten wordt meestal veroorzaakt door fouten bij de bemesting, witlof is zeer gevoelig voor een overmaat aan stikstof, vaak zijn tuingronden van nature erg stikstofrijk. Men kan dit enigszins compenseren door wat extra Kali en Fosfaat te geven.Woelratten kunnen de gehele oogst vernielen, dus bestrijden!Gerooide wortels beschermen tegen vorst beschermen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Witte Kool.

Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, zuurkool en bewaring.

 Grondsoorten: Bij voorkeur kleigrond.

 Grondbewerking: Kleigronden voor de winter bewerken.

 Bemesting: Stalmest aangevuld met 600 gr. Patentkali + 400 gr. Superphosfaat + 600gr.Kalkammonsalpeter per 10M2. Tijdens de groei naar behoefte bijmesten met Stikstof.

 Rassen/soorten: Voor de zomerteelt: Roem v. Enkhuizen, in de herfstteelt:Langedijker Herfst Witte,, bewaarkool: Langedijker bewaar.

 Zaai/planttijd: Zaaien van Februari tot April,eerst onder glas later in de volle grond.De planttijd loopt van Maart tot begin Juni.

 Zaadbehoefte/plantafstand: ,0,2 gram is voldoende voor 10 M2.De plantafstand is ongeveer 70x 60 cm.

 Vervroegen: Is niet van toepassing.

 Ziekten en plagen: De larven van de koolvlieg tasten de voet van de plant aan, te bestrijden door chemische middelen , welke rond de wortelhals worden gestrooid zodra de eitjes als kleine vuilwitte puntjes zijn gelegd aan de zuidzijde van de plantvoet op scheiding van lucht en grond.Ook worden wel z.g.koolkragen gebruikt.Koolrupsen en bladluizen bestrijden met gebruikelijke middelen.Knolvoet een zwamziekte is weinig aan te doen, een ruime vruchtwisseling en een goede kalktoestand van de grond zijn belangrijk maar niet afdoende.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Wortelen.

 Gebruiksmogelijkheden: Verse consumptie, diepvries en droog bewaren.

 Grondsoorten: Zomerwortelen bij voorkeur op lichte zandgrond, winterwortelen i.v.m. duurzaamheid het liefst op kleigronden.Op kleigronden en humusrijke zandgronden een sleuf maken van  ± 5cm. breed en twintig diep, deze vullen met puur zand en hier de wortelen in zaaien, geeft mooie blanke wortelen.

 Grondbewerking: Diep losmaken, kleigrond voor de winter bewerken.

 Bemesting: Weinig of geen stalmest (nooit geen verse stalmest!) per are 8 Kg.Patentkali+ 5Kg.Superfosfaat, stikstof alleen indien nodig.

 Rassen: Zomerwortelen:Amsterdamse bak of Nantes, laatst genoemde geeft een veel grovere kwaliteit.Parijseworteltjes zijn kogel-vormig, worden hoofdzakelijk gebruikt in restaurants.Winterwortelen: Berlikumer of Flakeese stomppunt.

 Zaadbehoefte: Zomerwortelen:1 gr per M2.Winterwortelen 1/3 gr per M2.

 Zaaiafstand: Bij voorkeur op rijen van 25 of 30 cm.,Winterwortelen uitdunnen op 4 a 5 cm.Het verdient aanbeveling het zaad enige dagen voor te kiemen in vochtig zand(geen zeezand!)Dit vergemakkelijkt het zaaien en geeft een snelle  opkomst. Zaaien zodra eerste witte kiempunten zichtbaar zijn.

 Zaaitijd: Wortelen kunnen zware nachtvorsten goed doorstaan. Zomerwortelen kunnen worden gezaaid van 1mrt. tot 1 juli winterwortelen in tweede helft van mei.

 Ziekten en plagen: Wortelvlieg is de veroorzaker van de beruchte wormstekerigheid, te bestrijden door voor het zaaien een bestrijdingsmiddel  door de grond te werken. Aardvlooien vreten vooral bij schraal weer, aan de jonge kiemplanten, te bestrijden met diverse middelen.

 Vervroegen: Platglas,  plastictunnels en acryldoek, kassen zijn niet geschikt omdat wortelen niet langer als ongeveer tot half april onder glas mogen staan.i.v.m. grote loofontwikkeling wat nadelig is voor de wortel zetting. (ook andere bedekkingen tijdig verwijderen!)

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

Bloemen

Dahlia's

De moderne Dahlia's, die door hun sterk variërende vormen en kleuren uitstekend geschikt zijn als tuin en snijbloemen.

Ze worden in twee groepen verdeeld als perkplant en als snijbloem.

De perkdahlia's noemt men vaak Mignon.

De snijdahlia's zijn te verdelen in diverse groepen afhankelijk van hun vorm.

Collorrette of Halskraag. Hoogte 80-125 cm.Een enkele krans van platte lintbloemen, daarbinnen een krans of kraag van kleinere bloemen met een hart.

Decoratieve Dahlia's: Volledig gevulde bloemen zonder hart, brede platte lintbloemen, licht gebogen met en stompe punt.

Pompon Dahlia's: Gevulde bloeiwijze ,lintbloemen kokervormig opgerold met stompe of ronde uiteinden, in spiralen gerangschikt.

Cactus en semi-cactus dahlia's,

De bloemen zijn volledig gevuld, met min of meer opgerolde, puntige lintbloemen, bij de semi cactus zijn ze breder en over de helft of minder van de lengte opgerold.

De vermeerdering kan plaats vinden dor het scheuren van de oude knollen, stekken en zaaien.

Bij het scheuren dient men er rekening me te houden, dat de ogen(uitlopers) niet op de knollen zitten maar op de halskraag, het gemakkelijkste is om pas te gaan scheren als er al wat uitlopers zijn te zien, een scheut per stuk is voldoende, deze moet later wel worden getopt. Stekken doet men, door scheuten van ongeveer 5cm. van de plant te nemen, met een hieltje ( klein stukje van de hals).De stekken moeten later worden getopt.

De perkdahlia's worden meestal vermeerderd door zaaien.

Plantafstand 50x60 cm.steunen met een flinke stok.Oorwormen zijn te bestrijden door potten met vochtig hooi of gras tussen de planten te hangen, deze dienen iedere morgen te worden ververst en de inhoud vernietigen. Ook slakken kunnen schade aanrichtten.

Om mooie grote bloemen op lange stelen te krijgen, kan men de Dahlia's pluizen, alle zij knoppen verwijderen

Chrysanthen

 

De Chrysanten is een enorm grote plantenfamilie, met veel vaste planten en snijbloemen, hier zullen we ons beperken tot de eenjarige snijbloemen.

Deze vallen uiteen in drie groepen, n.l. de gewone tros chrysanten met meerdere bloemen op een steel, ook wel tros genoemd, de geplozen soorten, met een bloem per steel en de

z.g. jaarrond chrysanthen, die doormiddel van belichte en verduisteren in bloei worden gebracht.

Chrysanten zijn erg lichtgevoelig en gaan pas knoppen vormen als de dagen korter zijn dan de nachten

Alle drie soorten worden door stekken vermeerderd, de jaarrond chrysanten door stek afkomstig uit zuidelijke landen.

De gewone tros en de geplozen soorten worden meestal begin mei uitgeplant op een afstand van 25x25 cm.vaak gebruikt men hiervoor het speciale C. gaas als steunmateriaal, dat afhankelijk van de lengtegroei omhoog moet worden gebracht.

Begin juni moeten de planten worden getopt, na het uitlopen laat men drie scheuten per plant staan.

Bij de geplozen soorten worden alle zijscheuten weggehaald zodat alleen de hoofdknop over blijft, zodra deze begint te kleuren, moeten ze worden ingehoesd in cellofaan zakjes, om ze te beschermen tegen slecht weer, de rode soorten, moeten in perkament worden verpakt, ze kunnen niet tegen felle zon. Denk er aan om voor het inhoezen nog een bestrijding uit te voeren tegen luis en spint.

De jaarrond Chrysanten is een kasproduct en niet geschikt voor hobby tuinders.Hierbij plant men ongeveer vijftig planten per M2, ze worden ook niet getopt.

Als de dag langer is als de nacht, worden ze na het bereiken van een hoogte van ongeveer 35 cm. verduisterd van 16.30 tot 7.30 uur tot de bloemknopen zich hebben gevormd.

In het winterhalf jaar worden ze belicht met gewone gloeilampen, ongeveer 15 W. per m2.

Zowel het verduisteren en het belichten word volautomatisch met de PC geregeld.

Antirrhinum (Leeuwenbek)

De eenjarige Antirrhinum majus, is een bijzonder geschikte plant als perk en snijbloem met heel veel verschillende kleuren en in diverse lengtes.

Ze kunnen al in februari in de kas worden gezaaid in kistjes, na opkomst verspenen in pers of bloempotjes.Al vrij snel moeten ze kouder worden geplaatst, na het afharden kunnen ze wel een nachtvorst verdragen.

Half april kunnen ze op hun definitieve plaats worden gezet op ongeveer 25x25 cm. bij voorkeur in steungaas.Zodra ze aan de groei zijn de koppen er uit nemen. Als snijbloemen oogsten zodra de eerste bloemen kleur laten zien